Meisjes aan de macht in de bouwhoek !?

Twee jongens spelen in de bouwhoek. Anna wil er graag bij. ‘Jij mag niet meedoen. Deze hoek is voor jongens’, zeggen de twee bouwers.

Door het gedrag van de twee jongens, mist Anna een kans om zich optimaal te ontwikkelen. Van der Heijden (2015) haalt aan dat meisjes ook daadwerkelijk minder tijd besteden in de bouwhoek dan jongens. Uit het onderzoek van Hughes (2010) blijkt dat jongens wel 25% van hun speelwerktijd in de bouwhoek doorbrengen ten opzichte van 2% bij meisjes. Ook in het bouwen zelf is er een verschil tussen jongens en meisjes. Van der Heijden (2015) haalt in zijn artikel enkele opvallende verschillen aan:

  • Meisjes schrikken als een bouwwerk omvalt en verplaatsen zich daardoor sneller naar een andere activiteit. Jongens duwen het bouwwerk net om, puur voor het plezier.
  • Waar meisjes sterker staan op vlak van interpersoonlijke vaardigheden (aanmoedigen, accepteren van de ander, instemmend reageren), zijn jongens meer georiënteerd op competitie (meer blokken verwerven dan de anderen, anderen afkeuren opdat zij zich zouden terugtrekken).
  • Meisjes zijn assimileerders. Hun bouwwerken worden geassocieerd met de bekende wereld: ze bouwen scholen, winkels, huizen. Jongens zijn eerder accommodeerders: ze verkennen en passen de informatie uit de wereld aan aan hun eigen behoeftes. Dit maakt dat ze door middel van blokken hun eigen fantasiewereld kunnen verwezenlijken.
  • Jongens zijn meer gericht op hun eigen bouwwerk en negeren hierbij anderen. Er is sprake van parallelspel. Meisjes daarentegen laten hun bouwwerken en hun communicatie bepalen door het niveau van hun medebouwer, zij stimuleren elkaar in hun ‘zone van naaste ontwikkeling’. Er is sprake van samenspel.

Bouwen is essentieel op vlak van sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling: door samen te bouwen leren kleuters samenwerken, ook ontplooien ze hun ruimtelijk inzicht en fijne motoriek. De taak van opvoeders en leerkrachten bestaat er dus in om meer meisjes bij de bouwhoek te betrekken. Makkelijk gezegd, maar hoe doe je dat dan?

Rekening houdend met de meisjes hun sterke interpersoonlijke vaardigheden, is het aangewezen dat je dus meerdere meisjes samen laat spelen in de bouwhoek. Ook kan je als leerkracht, vanuit het zelf meespelen, meisjes verder stimuleren in hun ontwikkeling. Als de toren valt, kan je bijvoorbeeld zeggen dat het niet erg is dat hij omvalt, dat het misschien wel leuk is en ga je samen met de kleuter op zoek naar mogelijke technieken om steviger te bouwen.

Alvast veel bouwplezier gewenst!

Meer lezen?

van der Heijden, A. (2015). Bouwen j/m. Meisjes meer betrekken in de bouwhoek. De wereld van het jonge kind, februari 2015, 10-13.

4 gedachtes over “Meisjes aan de macht in de bouwhoek !?

    • Ik ben blij dat er tegenwoordig weer meer vanuit genderperspectief naar het onderwijs en in dit geval naar de bouwhoek wordt gekeken. Ik heb soms het gevoel dat de tijd 20 jaar heeft stil gestaan. Ik vind het wel een vreemde en vervelende titel. Het gaat er m.i. niet om dat meisjes aan de macht komen in de bouwhoek. Het gaat erom dat kleuters (jongens en meisjes) zich breed kunnen ontwikkelen. Sowieso is het goed om meer aandacht aan de bouwhoek te besteden. Ik geef les aan kinderen van groep 3 t/m 8 en ik schrik ervan hoe weinig kinderen, zelfs in groep 8, een stevig muurtje met lego of andere blokken kunnen bouwen. Ook jongens moeten dat leren.

      Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s