Baat of schaadt inclusie? Een vervelende vraag bij het M-decreet

  • Hoort een kind met dwerggroei thuis in het regulier kleuteronderwijs?
  • En een kind met het syndroom van Down?
  • En wat met een doof kind?

Ik was geneigd spontaan ja te zeggen

Zoals elk zichzelf respecterend land heeft ook België in 2009 het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd. Pas je wat aan en gooi je deuren open voor iedereen betekent dat voor het regulier onderwijs.

Zeg nu zelf, hebben we niet al te lang nodeloos veel mensen buitengesloten? Is een samen-leving die naam waardig niet per definitie inclusief? We kennen het ethische argument. Maar we kennen ook het pedagogische. Iedereen heeft toch baat bij maatregelen voor kinderen met speciale noden. Nu de leraren nog overtuigen, stapje-voor-stapje en bijscholen, beetje-bij-beetje. Zo simpel leek het. Ik wás immers geneigd ja te zeggen.

Nu twijfel ik

Er zijn ongetwijfeld kinderen voor wie vandaag het buitengewoon onderwijs de standaardoptie zou zijn, voor wie volgend schooljaar inclusie werkelijkheid wordt. Varen ze daar allemaal wel bij? De vraag klinkt verdacht. Tegenstanders die vrezen voor algemeen niveauverlies in het onderwijs en dat niet met zoveel woorden gezegd durven hebben, zouden er zich kunnen achter verschuilen. Toch zijn het steeds vaker de oprecht bekommerde ouders van inclusiekinderen die deze kritische noot plaatsen. Ze zijn principieel voor inclusie en tegelijk tegen het M-decreet, omdat de middelen voor een goede implementatie ontbreken. Ze vragen zich af wat zorg en inclusie in de praktijk zullen betekenen als het regulier onderwijs de expertise van het buitengewoon onderwijs niet kan aanboren.

Mijn persoonlijke diepste twijfel spruit evenwel nog uit iets anders voort.  Maken we onszelf niet gewoon wijs dat we sociaal zijn en dat het kind met dwerggroei er bij hoort, terwijl hij zelf aanvoelt dat hij veeleer gedoogd wordt? Eenmaal in de lagere school is hij pasmunt als er voetbalploegen verdeeld worden, als hij al niet op zijn kop krijgt omdat hij in de weg loopt op de speelplaats. Kloppen we onszelf op de fiere leraarsborst als geen enkel ukje er een punt van maakt om naast het meisje met een verstandelijke beperking te zitten? Maar aanvaarden we als een natuurwet dat slechts een enkeling haar uitnodigt voor een verjaardagsfeestje? Nemen we voor lief aan dat de dove jongen erbij gebaat is de taal van ons allemaal te leren praten, terwijl hij en wij bij voorbaat weten dat hij er nooit in zal slagen enigszins helder te spreken?

Inclusie, in de marge

Vergis je niet. Ook voor mij zijn alle kinderen bij geboorte gelijkwaardig en verdienen ze evenveel respect. Ik wil alleen een vraagteken plaatsen bij de vanzelfsprekendheid waarmee men aanneemt dat inclusie goed is voor elk ingesloten kind als de leraar maar voldoende ondersteund wordt.

Juffen en meesters in het buitengewoon onderwijs vertellen ons sporadisch hoe moeilijk het soms is om het zelfbeeld van kinderen en ouders op te vijzelen nadat de kinderen vanuit het regulier onderwijs zijn doorverwezen. Na een ferme aanpassingstijd krabbelen ze dan toch weer recht. Ze leren zien wat ze wel kunnen in plaats van alleen waar ze minder op scoren dan anderen. Die ouders horen we zelden in het debat.

Met mijn vraagteken vertoef ik verder nog in goed gezelschap, namelijk dat van Andrew Solomon, auteur van het fantastische boek Ver van de boom, als je kind anders is. Hij interviewde een stoet aan buitengewone mensen en hun ouders. Doorheen de verhalen van doven, mensen met dwerggroei, mensen met het syndroom van Down, autisten, schizofrenen, criminelen, transgenders en wonderkinderen komt de vraag terug of het niet beter is voor hen om apart op te groeien.

Goedbedoelde inclusie riskeert ervaren te worden als een aanslag op het zelfbeeld. Net door iedereen te zeggen dat ze zijn zoals iedereen ontnemen we hen de kans zichzelf te zijn en daar fier op te zijn. Veel van de in te sluiten kinderen die hij in zijn boek voorstelt, wil men genezen of opereren. Zelfs degenen die dat bespaard blijft, onthoudt men al te vaak de kans een horizontale identiteit te ontwikkelen met lotgenoten in bijvoorbeeld de dovengemeenschap of tussen collega-leden van verenigingen van kleine mensen.

Het klinkt misschien paradoxaal voor velen, maar peers kennen verenigt. Het breekt voor velen het aangevoelde isolement in plaats van er een te creëren. Het verhaal van de dovencultuur is een van de pakkendste. De dovenschool –jawel, in het buitengewoon onderwijs- wordt volgens Solomon door veel doven als een bevrijding ervaren. Ze leren er met de gebarentaal ook een eigen cultuur. In hun eigen taal nemen ze meteen voorsprong ten opzichte van de horende gemeenschap, in plaats van de klassieke en frustrerende achterstand. Als een doorsnee tweejarige 300 woorden kent, kent een dove peuter met horende ouders er pakweg 30. Welkom in de kleuterklas.

Het hoeft niet te verwonderen dat veel dove kinderen niet willen leren spreken, zich van taal afkeren. Als gebarentaal taboe is tenminste. Het resultaat van hen gewoon te leren spreken blijft mager, ondanks ontelbare saaie driluren. Wat ze toch ten gehore kunnen brengen klinkt onaangenaam en drukt hen op hun falen, marginaliseert hen ten midden de groep waarin men hen zou willen opnemen.

De omgekeerde wereld is ook de zevende hemel niet

Doven komen volgens Solomon in het buitengewoon onderwijs dan wel thuis in gebarentaal, hun ouders die de taal van hun kinderen willen leren, worstelen ermee. Hun kind gaat veel sneller vooruit dan zij en de Dovencultuur waar zoon- of dochterlief in terechtkomt, is hen vreemd. Elkaar begrijpen wordt plots moeilijker voor de ouders dan voor het kind. De machtsbasis in de relatie verandert, de hulpeloosheid verschuift.

“Doven zullen in de horende wereld altijd in het nadeel zijn. De vraag is daarom of ze liever willen leven in de marges van een mainstreamwereld of in de mainstream van een marginale wereld. Het is begrijpelijk dat ze vaak het laatste prefereren.” (Solomon, 131)

Een vervelende vraag, dat zeker. Maar is ze ook relevant?

Over hoeveel kinderen gaat het eigenlijk? De vraag is makkelijker dan het antwoord. Volgens de officiële statistieken telde het Vlaamse buitengewoon kleuteronderwijs vorig schooljaar slechts een goede 2000 leerlingen, minder dan 1% van het totaal aantal kleuters dat schoolliep en dus ook slechts een fractie van de meer dan 28000 kinderen in het buitengewoon lager onderwijs. Twee derde van die 2000 kleuters zijn jongens en alle kinderen zijn verspreid over 6 types. Opmerkelijk voor niet ingewijden is dat de types die het meest bevolkt worden in het lager onderwijs niet aangeboden worden in het kleuteronderwijs. Logischerwijs kunnen we aannemen dat kinderen met een licht mentale handicap (type 1) en kinderen met ernstige leerstoornissen (type 8) vooraleer ze inschrijven in de lagere school ofwel niet naar school gaan ofwel van inclusief onderwijs avant la lettre genieten in de kleuterschool.

Dit betekent dat nog meer inclusie in kleuteronderwijs zou betekenen dat een fractie van de kinderen met een matige of ernstige mentale handicap, een fysieke, visuele of auditieve handicap of een karakteriële stoornis naar het regulier onderwijs zou doorschuiven. Zelfs als we voorbijgaan aan de theoretische mogelijkheid om ook te kiezen voor inclusie van kleuters in een ziekenhuisschool of een preventorium blijft het zonneklaar dat veel maatregelen zullen nodig zijn in termen van gespecialiseerde begeleiding en uitrusting. Wie weet zijn her en der zelfs infrastructuuringrepen vereist.

Die tientallen, honderden of duizend extra in te sluiten kleuters -wie zal het zeggen- vormen een druppel in de onderwijsoceaan. Maar we moeten de zaak ernstig nemen want de kans is groot dat de heikele kwesties die Solomon aankaart voor hen meer zullen zijn dan ijle filosofische beschouwingen. Het kind met dwerggroei gaat wellicht vandaag al naar de kleuterschool. Zijn ouders tekenen net zomin als eender welke andere ouder voor een rol in de marge van de mainstreamwereld. Ouders van kinderen met het syndroom van Down zullen wellicht vaker dan nu de vraag stellen aan schoolteams of ze bereid en in staat zijn redelijke aanpassingen te doen. In het geval van dove kinderen verwacht ik dat de vraag naar inclusie in het regulier kleuteronderwijs nog groter zal zijn. Zeker in het geval van de groeiende groep kleuters die een cochleair implantaat hebben zullen heel wat ouders rekenen op volwaardige inclusie in de horende en sprekende gemeenschap.

Wie zal het zeggen?

Baat of schaadt inclusie is niet alleen een relevante vraag, het is er ook een delicate met weerhaakjes. Het thema ligt immers gevoelig. In sommige oren klinkt een kanttekening bij inclusie misschien als een pleidooi voor de invoering van apartheid in het post-Mandela tijdperk. Maar zolang er geen pedagogische gedachtenpolitie bestaat, staat denken vrij. De vraag zal weldra her en der, geval per geval beantwoord worden door ouders en leerkrachtenteams samen. Als met de tijd de emoties luwen zal de brede onderwijsgemeenschap tot meer algemene inzichten komen. Hopelijk.

Leestips

  • Solomon, Andrew. (2012) Ver van de boom, als je kind anders is. Nieuw Amsterdam.

Het boek gaat uitvoerig in op horizontale identiteiten en verticale identiteiten. Het eerste slaat op verwantschap onder peers, de tweede en meest klassieke verwantschappen zijn degene die van ouder op kind doorgegeven worden. Ras is een verticale identiteit, religie of een bijzondere aanleg kunnen dat ook zijn. Journalist en schrijver Solomon, zelf ook een buitenbeentje, stelt dat ouders niet alleen een bepaald soort kind niet willen, maar ook dat elke ouder iemand naar zijn eigen beeld en gelijkenis verwacht. Net dat maakt het zo moeilijk te leven met een appel die ver van de boom valt. In dat verband trekt hij een schitterende parallel met een populair verhaaltje in de Verenigde Staten dat in Vlaanderen veel minder bekend is, hoewel de titel naar Nederland verwijst. Zowaar ‘een moetje’ van nog geen halve pagina.

  • Solomon gaf ook een bijzonder gesmaakte TED-talk. Zowaar met ondertitels in het Nederlands.
  • voor wie meer wil weten over cochleaire implantaten
  • een artikel uit Science Daily over een onderzoek van Lori Erbrederis Meyer van de University of Vermont in de Verenigde Staten dat duidt op de moeilijkheid voor gehandicapte kinderen om vriendjes te maken in reguliere kleuterklassen en op het negatieve effect dat dat heeft op hun welbevinden en leerprestaties.

7 gedachtes over “Baat of schaadt inclusie? Een vervelende vraag bij het M-decreet

  1. Jouw artikel haalt zeker een aantal pijnpunten aan. Maar gaat er ook nog steeds van uit dat ‘ normaal’ de norm moet zijn. Het zijn wij, als samenleving die ons moeten aanpassen aan. En niet de persoon met… Die zich aan de samenleving moet aanpassen door ‘zo normaal mogelijk’ te proberen zijn.
    Dus denk ik dat elk kind het recht moet hebben om naar het gewoon onderwijs te gaan, ja. Uiteraard binnen een onderwijssysteem waarin leerkrachten voldoende ondersteuning krijgen om hun lln optimaal te begeleiden. Wat het m-decreet op dit moment niet/niet voldoende voorziet.
    Ik geloof dat er nog steeds kinderen zullen zijn die zich best voelen en ontwikkelen in de setting van het buitengewoon onderwijs, maar dat dit toch niet meer over de best wel hoge cijfers zal gaan die we nu kennen!
    De vraagtekens die u stelt bij het zelfbeeld van kinderen die inclusief naar school gaan kan en of ze niet beter tussen kinderen met dezelfde beperkingen school lopen kan ik u verwijzen naar het onderzoek van Gert de graaf die stelt dat kinderen met downsyndroom beter af zijn in het gewone onderwijs, let ook een positief effect op de sociale ontwikkeling van hun klasgenoten.
    En vanuit eigen ervaring met een dochter met down die het prima doet in het gewoon kleuteronderwijs en waar ik zeker van weet dat ze in het buitengewoon onderwijs niet hetzelfde aanbod had gekregen kan ik dit enkel bevestigen!
    Ik sluit me wel aan bij het feit dat ze zeker op termijn Ook nood zal hebben aan contact met andere kinderen met down. Maar ik denk niet dat dit perse op school moet zijn . Hier vind ik het vooral belangrijk dat ze in haar eigen buurt school kan lopen, net zoals haar zus zal doen. En zo een sociaal leven. Kan opbouwen in diezelfde buurt.
    Zelf hebben we ondertussen een groot netwerk van andere ouders met een kindje met down en laten we haar op die manier ook contacten leggen waar later misschien. Ook vriendschappen uit zullen groeien.
    De verwijzing naar de heer met het citaat dat er op neer komt dat het weer maar eens de ouders zijn die het anders zijn van hun kind niet aanvaarden vind ik heel misplaatst. Ik weet dat mijn dochter op haar eigen tempo ontwikkelt. Dat we zeker naar de lagere school toe op zaken gaan stoten die zelfs helemaal niet gaan lukken. Maar ik geloof er wel in dat ze baat heeft bij een sterk stimulerende omgeving en schools aanbod! Waarbij ze haar eigen tempo mag volgen, maar wel aangesloten wordt op haar mogelijkheden.
    Binnen ons gezin hebben we niet het gevoel dat we een dochter met een handicap hebben. Ze hoort erbij zoals ze is, net als onze andere dochter. Het is de maatschappij waar we steeds moeten verantwoorden waarom ze er ook mag zijn en er gewoon bij hoort!
    Gelukkig zijn er in haar omgeving heel wat mensen die haar zien voor wie ze is en heeft ze al alk jaar bij superjuffen. Gezeten die geloven in haar mogelijkheden, zelfs met het minimum aan ondersteuning dat er nu is!

    Like

  2. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:
    De voorbije weken veel scholen ontmoet die worstelen met het M-decreet, waarbij me zeker ook de goodwill opviel. Ook mensen die scholen hierbij willen ondersteunen ontmoet, alhoewel ik echt zelf ook vrees dat het momenteel te weinig is. Heb zelf een verleden in het promoten van inclusief onderwijs, trouwens. Maar inclusie is ook gebaat bij discussie over alle aspecten, wat Johan in deze blogpost ook wil doen.

    Like

  3. Hoe raar het ook mag klinken. Het is goed dat we twijfelen. Dat we pro’s en contra’s afwegen zal ertoe leiden dat we op termijn (ja op termijn) komen tot een onderwijs waar meer kinderen terecht kunnen. Scholen in de buurt, tussen de buren. Je vrees is begrijpelijk en ze mag er zijn. Maar laat ons samen die vrees omzetten in iets constructief. Blijf participeren in het debat en dwing ons, leerkrachten en onderwijsmakers, om te komen tot een werkbaar model. Hoe dat model er zal uit zien weet ik nu ook nog niet. Dat het een model wordt dat meer recht zal doen aan de diversiteit dan nu het geval is. Daar ben ik nog altijd van overtuigd.

    Like

  4. Themanummer van Onderwijskrant over M-decreet (Okrant (nr. 172): http://www.onderwijskrant.be
    (Ook 30-tal bijdragen op blog ‘Onderwijskrant Vlaanderen’

    * M-decreet: niet haalbaar, blinde hervorming, interne exclusie binnen klas, ontwrichting (buiten)gewoon onderwijs en zorg, schijninclusie in buitenland
    *Amper 1,3% leerkrachten vindt M-decreet ‘best haalbaar’ & 82,4 % niet haalbaar & wollig decreet
    *Debat over M-decreet op 7 december in ‘Zevende Dag’
    *M-decreet ontwricht ook buitengewoon lager en s.o. & tewerkstelling van (buso)leerlingen
    *Niet enkel onderwijs, ook CLB-centra, Centra voor Ambulante Revalidatie … zijn niet klaar voor M-decreet & grootste onduidelijkheid over diagnostiek
    * Polariserende, verlossende & gehandicaptenvijandige inclusie-ideologie
    *Inclusie in Scandinavische landen: afstand tussen wetgeving en praktijk – meestal aparte settings/klassen (voor 8,5% van leerlingen in Finland)
    *Wetenschappelijk geenszins aangetoond dat leerlingen met ernstige beperking beter presteren in inclusieve klassen dan in aparte/speciale klassen op hun niveau

    Like

  5. en hoever staan we ondertussen, bijna 10 maanden later??
    Het M-decreet kent zeker goeie aspecten, de manier waarop het geïmplementeerd wordt is echter iets anders. Veel pijnpunten, vragen, zorgen, …
    Een evaluatie en bijsturing dringt zich op!! hoe vroeger, hoe liever!!

    Like

  6. Het is goed dat we twijfelen en dat we alles tegen elkaar afwegen.
    Want uiteindelijk wil iedereen hetzelfde, we willen wat het beste is voor de kinderen zowel samen als apart. Het M-decreet breng veel vragen en werkpunten met zich mee die grondig aangepakt moeten worden!
    Ik vermoed dat het M-decreet kinderen sociaal heel ver kan brengen, dat kinderen zich niet moeten aanpassen aan de “norm” van de maatschappij maar dat wij de maatschappij onze norm moeten aanpassen net zoals Lies al vermelde.
    Maar de vraag of onze kinderen niet gefrustreerd geraken of een achterstand oplopen door dat het voor hen te vlug of te traag gaat is iets wat we zullen moeten ondervinden door ervaring, door het te doen.
    Wat ik wel zeker weet is dat het onderwerp M-decreet nog lang niet de puntjes op i heeft staan en dat het nog veel zal besproken worden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s