Patronen zien helpt om getallen beter te begrijpen

Twee rijtjes van drie stippen: dat is zes. Op de dobbelsteen, op je vingers, in een eierdoos… kan je een hoeveelheid makkelijk herkennen. Er zit een patroon in. Het herkennen van deze ruimtelijke structuren bevordert het inzicht in getalrelaties. Jonge kinderen kunnen beter worden voorbereid op rekenen en wiskunde als ze als kleuter ruimtelijke structuren leren herkennen en toepassen (van Nes, 2009).

Hoe maak je kleuters attent op de ruimtelijke structuren?

Aanvankelijk mogen kleuters de stippen nog tellen op een dobbelsteen. Wijs oudere kleuters er vervolgens ook op dat je bij een dobbelsteen ook snel kan ‘zien’ hoeveel je gegooid hebt:

  • Je kan ook ‘zien’ hoeveel het is. Je kan onthouden hoe de twee eruit ziet bij een dobbelsteen. Dan weet je het uit je hoofd.
  • Je kan onthouden dat als de stippen zo staan, dat het dan vier is. Zo hoef je niet elke keer te tellen.

Laat kleuters ook geregeld voorwerpen leggen in een bepaalde ruimtelijke structuur:

  • Kan je jouw knopen zo leggen zoals op de dobbelsteen?

Nodig kleuters uit om de ruimtelijke structuren te verwoorden:

  • Hoe ziet de drie eruit?
  • Hoe had jij zo snel herkend dat het vijf was?
  • Met 2 dobbelstenen: Hoe weet je dat je zeven gegooid hebt? Het was zes en één erbij.

Kleuters steken heel wat op uit het verwoorden en delen van hun gebruikte strategieën om hoeveelheden te herkennen. Oog hebben voor ruimtelijke structureren maakt dat kleuters hoeveelheden gemakkelijker gaan kunnen samenstellen en splitsen. Het verwoorden van ruimtelijke structuren kan aan bod komen in allerlei  betekenisvolle contexten.

Laat verschillende ruimtelijke structuren aan bod komen 

Hand

Schermafbeelding 2015-09-11 om 21.11.30

Schermafbeelding 2015-09-11 om 21.35.28Laat kleuters kennis maken met verschillende ruimtelijke structuren en onderzoek met hen hoe ze zijn opgebouwd: dominobeeld of dobbelsteenbeeld, vingerbeeld, eierdoosbeeld, kwadraatbeeld… Wanneer kleuters vertrouwd zijn met een voorstellingswijze, introduceer dan eens een nieuwe. Vergelijk ook de verschillende voorstellingswijzen. Je kan de 5 ook zo maken! Zo ervaren kinderen dat een hoeveelheid op verschillende manieren kan worden voorgesteld.

Hoeveel eieren in de doos? Hoeveel vingers zie je? Hoeveel stippen op de kaart?

Eierdozen en onze vingers zijn een dankbaar middel om ruimtelijk structureren te stimuleren.

Eierdoos:

  • Hoeveel eieren zitten er in de doos? Hoeveel vakjes zijn leeg?
  • Kan jij in deze eierdoos evenveel eieren plaatsen op precies dezelfde manier?
  • Kan je in deze eierdoos ook 4 eieren plaatsen, maar dan op een andere maniere. Zijn het nog steeds 4 eieren?
  • Een leuk spelletje is de klep van de eierdoos maar eventjes openen. Nodig de kinderen uit om in één oogopslag te zien hoeveel eieren er in zitten. Laat hen ook telkens verwoorden hoe ze het aantal eieren herkend hadden. Hoe zag je dat het er vijf waren?

Vingers:

  • Hoeveel vingers zitten er op één hand?
  • Hoe kan je op één hand vier maken?  En kan je ook vier maken op twee handen?
  • Hoe zag je zo snel dat ik zes vingers toonde?

Kwadraatbeelden:

  • Hoe ziet de drie eruit?
  • Hoe kan je snel zien dat het acht is?
  • Kunnen we de knopen zo leggen zoals op het kaartje?

Kwadraatbeelden moeten zeker aan bod komen in de laatste kleuterklas. Dat vergemakkelijkt de overgang naar het 1ste leerjaar, waar meestal gewerkt wordt met deze voorstellingswijze.

Hoeveel bloemen zijn er geplukt?

Fenna Van Nes (2008) ontwikkelde de activiteit ‘bloemen plukken’ om het ruimtelijk structureren aan te moedigen. De kinderen leggen elk een hoeveelheid losse bloempjes op een groen vel papier dat hun tuintje voorstelt. Aanvankelijk liggen de bloemen ongeordend. Eén kind sluit zijn ogen en een ander kind mag een aantal bloemen plukken uit de tuin van het kind dat niet kijkt. Vervolgens mag deze terug de ogen openen en proberen te achterhalen hoeveel er weg zijn. Als het aantal juist is geraden dan wint hij het dubbel aantal geplukte bloemen terug. Vervolgens herhaal je dit, maar nu zal je merken dat kinderen beter gaan nadenken over de schikking van de bloemen in hun tuin. Hoe kan je de bloemen zo plaatsen dat je snel ziet hoeveel er weg zijn?

Miertje Maniertje

Nog andere activiteitideeën vind je in de Maniertjesdoos van Mietje Maniertje (van Nes, 2009). Miertje Maniertje gaat met kleuters op zoek naar ‘maniertjes’ om hoeveelheden snel te herkennen. Filmpjes van deze activiteiten kan je hier bekijken.

Bronnen:

Meer lezen:

  • Nes, F.T. van (2008). Hoeveel bloemen zijn er uit mijn tuin geplukt. Volgens Bartjens, 27 (4), 22-25.
  • Nes, F. T. van, & Doorman, L. M. (2009). Miertje Maniertje en de Maniertjesdoos. Panama-Post, 28(1), 62-71.
  • Nes, F. T. van (2007). Tien sterren tellen. Ruimtelijk denken en ontluikend getalbegrip van jonge kinderen. Volgens Bartjens…, 26(4), 22-24.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s