Stel verbindingsvragen in de kring, geen uitsluitingsvragen

In België leeft 1 op 10 kinderen in een kansarme situatie; in de grootsteden loopt dit aantal zelfs op tot 1 op 4 kinderen (Roose, Pulinx, & Van Avermaet, 2014). Aangezien je als kleuterleid(st)er een aanzienlijke tijd met kinderen doorbrengt, kan je niet anders dan rekening houden met het gegeven van kansarmoede en diversiteit in je kleuterklas.

Vragen stellen in de kleuterklas

Waar ben jij op vakantie geweest deze zomer?’ ‘Zeg vertel eens, wat heeft de sint voor jou gebracht dit weekend?’ ‘Hoeveel chocolade paaseieren heb je in de tuin gevonden?’ … En zo kan ik nog wel even doorgaan. Vanzelfsprekende vragen, niet? Of enkel vanzelfsprekend voor kinderen die iedere zomer op vakantie gaan, die altijd bezoek van de sint krijgen, en die jaar na jaar een emmer vol paaseieren vinden in hun tuin?

Tijdens een stage rond kansarmoede werd ik me meer en meer bewust van wat bovenstaande vragen doen met kinderen. Dit soort vragen lijkt onschuldig, maar stel je maar eens voor dat je nooit op vakantie kan gaan, of dat de sint en de paasklokken zelden of nooit bij je langskomen. Nog altijd zo onschuldig, die vragen? Ik denk het niet. En toch behoren deze vragen vaak tot het gewone kringgesprek in de onthaalhoek van de kleuterklas. Dat zorgt ervoor dat je de kant kiest van de kinderen met chocolade eieren: je gaat er als juf vanuit dat ieder kind eieren krijgt. En zo ontstaat het ‘kamp’ van de kinderen met chocolade eieren, die enthousiast zullen vertellen hoeveel eieren ze gevonden hebben, hoe groot ze waren, en hoe lekker ze smaakten. En je hebt het ‘kamp’ van de kinderen zonder chocolade eieren, die misschien niets vertellen, boos of bedreigd reageren… Of die toch een verhaal van chocolade eieren ophangen, zonder dat ze er eigenlijk hebben gekregen.

Stel insluitingsvragen; geen uitsluitingsvragen

Mogen we dan als kleuterleid(st)ers geen vragen stellen aan kinderen in de klas? Natuurlijk wel, maar denk goed na over het soort vragen dat je stelt: ‘Wat heb je deze zomer gedaan?’ is een ander soort vraag dan ‘Waar ben je deze zomer op vakantie geweest?’ De eerste vraag is een vraag die iedereen uitnodigt om zijn of haar verhaal te doen, het is eerder een verbindingsvraag. Op die manier neem je als juf of meester geen polariserende positie in, je duwt geen kleuters in ‘kampen’ of hoekjes. Je biedt net kansen om elkaar te ontmoeten. De tweede vraag is een uitsluitingsvraag: kinderen die niet op vakantie gingen, kunnen niet deelnemen aan het gesprek. En zij krijgen de boodschap ‘dat iedereen op vakantie gaat’ alsof het vanzelfsprekend is.

Rekening houden met het soort vragen dat je stelt, lijkt slechts een kleine actie in de klas. Toch zijn deze op het eerste zicht ‘kleine acties’ belangrijk als je recht wil doen aan de diverse achtergronden van kleuters.

 

Bron

Roose, I., Pulinx, R., & Van Avermaet, P. (2014). Kleine kinderen, grote kansen. Hoe kleuterleraars leren omgaan met armoede en ongelijkheid. Steunpunt Diversiteit & Leren. Universiteit Gent. In opdracht van de Koning Boudewijnstichting & het Ministerie van Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Te raadplegen via http://www.diversiteitenleren.be/sites/default/files/Kleine%20kinderen%20grote%20kansen.pdf

Meer lezen over kansarmoede en (on)gelijkheid?

UNICEF België (2012). What do you think? Het perspectief van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren in het onderwijsdebat. Te raadplegen via http://www.diversiteitactie.be/sites/default/files/HR_Kinderen_en_onderwijs_NL.pdf

Janssens, A., & Trimbos, D. (2014). Een eerlijke kans. Basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede. LannooCampus: Tielt.

Geysels, J., & Vlaminck, J. (2014). De schande en de keerzijde. Over armoede en ongelijkheid. Uitgeverij Van Halewyck: Leuven.

 

4 gedachtes over “Stel verbindingsvragen in de kring, geen uitsluitingsvragen

  1. Beste, ik ben wel geïnteresseerd in je mogelijk alternatieven voor “Zeg vertel eens, wat heeft de sint voor jou gebracht dit weekend?’ ‘Hoeveel chocolade paaseieren heb je in de tuin gevonden?’”.
    Want in het artikel lees ik enkel een suggestie voor je eerste vraag.

    Like

    • Wel, een mogelijk alternatief voor ‘Vertel eens, wat heeft de sint voor jou gebracht dit weekend?’ is kinderen gewoon de vraag stellen wat ze in het weekend gedaan hebben, of wat ze hebben meegemaakt. Indien net het sint-weekend achter de rug is, zullen er ongetwijfeld kinderen het onderwerp cadeautjes aansnijden, maar op die manier komt de aanzet niet van jou als juf of meester, en neem je dus zelf geen polariserende houding in. We kunnen immers niet vermijden dat kleuters het onderwerp zelf aansnijden, en daar is op zich ook niets mis mee, het is eerder van belang hoe je er zelf als leerkracht mee omgaat. Hetzelfde geldt voor de vraag omtrent de paaseieren: stel een uitnodigende vraag om te vertellen, zonder er vanuit te gaan dat iedereen met paaseieren in de weer is geweest.

      Like

  2. Ik denk dat het ook erg belangrijk is om de kinderen veel gelegenheid te geven om te vertellen over ervaringen die ze in de klas hebben opgedaan. Daar heeft ieder kind wel gelijke kansen en evenveel over te vertellen. Een kringgesprek hoeft niet alleen over belevenissen buiten de school te gaan. “Vertellen jullie nog eens hoe jullie op het idee gekomen zijn om een toren met stoelen te bouwen? Wat hebben jullie buiten in de modderkeuken gemaakt? Wie heeft er nog een goed idee om te knutselen als klasversiering? Enzovoort… ” De kring als motor voor het klasleven en stimulans voor verbondenheid.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s