Interactief voorlezen: hoe laat je kinderen zelf het verhaal vertellen?

Voorlezen uit een prentenboek doet elke leerkracht in de kleuterklas. Door je voorleesactiviteit uit te breiden naar interactief voorlezen kan je de taalontwikkeling en bijvoorbeeld ook het leren (her)kennen van emoties, begripsontwikkeling bij rekenen of het verwerven van literaire competenties (inzicht in personages, spanning, humor, fantasie, opbouw van een verhaalstimuleren. Heb je nog nooit gehoord van interactief voorlezen? Ik leg graag uit hoe het in z’n werk gaat en geef enkele tips van ervaringsdeskundigen mee.

Bij het interactief voorlezen krijgen de kinderen een actieve betrokken rol. Voor het lezen, tijdens het lezen en na het lezen krijgen kinderen heel veel ruimte om gesprekken over het verhaal te hebben. Dit kan je uiteraard alleen maar doen als je je voorleesactiviteit in kleine groep uitvoert. Als voorlezer creëer je tijdens het voorlezen dialogen over het verhaal door goede vragen te stellen en door de reacties van de kinderen te herhalen en steeds uit te breiden.

lezen3

Je bouwt je lesactiviteit best in 4 fasen op. Mirthe Jansman omschrijft ze in haar artikel als volgt:

  • fase 0 (voorafgaand aan de eigenlijke activiteit) houdt een belangrijke taak voor de leerkracht in, namelijk het kiezen van een geschikt prentenboek. Volgens Jansman is een prentenboek geschikt om interactief voor te lezen als het een uitdagende verhaallijn, een plot, bijzondere illustraties of een uniek thema heeft. Het boek moet hierover namelijk interactie uitlokken bij de kleuters.
  • fase 1 wordt de voorfase genoemd. In deze fase probeer je de kinderen aan de hand van de kaft, de titel en enkele afbeeldingen van het boek te laten voorspellen waarover het boek zal gaan.
  • fase 2 is de tijdensfase. Tijdens het voorlezen stel je voorspellende, samenvattende en concluderende vragen aan de kinderen. Je kan ook vragen of de voorspellingen van de kleuters uitgekomen zijn, een moeilijk woord bespreken of ingaan op de illustraties. De inhoud van je boek kan ook de aanleiding zijn om op speelse wijze diverse andere vaardigheden aan te leren, wat Jeroen van der Hoeven en Marjan van der Maas beschrijven in hun artikel. Zo kan je de kleuters laten tellen of meten (Hoe zouden we kunnen te weten komen hoe lang het haar is van “De prinses met de lange haren”?) , laten ingaan op emoties (Hoe kan je zien dat het meisje ongelukkig is?) of literaire competenties laten verwerven (Kunnen we het kasteel van Rikki ook bezoeken? – Nee, want hij fantaseert het kasteel!). De inhoud van je prentenboek komt maar écht tot leven als er interactie over ontstaat.
  • fase 3 of de nafase bevat de nabespreking van het verhaal. Je laat de kinderen zelf het verhaal samenvatten en ze krijgen de kans om hun mening te geven. Je kan op deze fase ook een eigen verwerking van het verhaal laten volgen (buiten de eigenlijke voorleesactiviteit). Kinderen kunnen dan het verhaal naspelen, natekenen, in een beeldende activiteit verwerken, ‘voorlezen’ aan andere kleuters…voorleesrol

Het succes van interactief voorlezen hangt in heel grote mate af van de vragen die je als voorlezer stelt. Je vragen moeten zo goed mogelijk aansluiten bij het niveau van de kleuters. Mirthe Jansman geeft als tip ook mee om interactief voorlezen steeds in kleine kring te doen, zodat elk kind een echte taalkans krijgt. Herhaling van hetzelfde boek is ook aan te raden zodat de voorleesrol echt bij de kleuters zelf kan komen te liggen.

Probeerde jij deze techniek al eens uit in de klas? Wat waren jouw ervaringen hiermee?

 

Meer lezen?

Jansman, M. (2015). Interactief voorlezen. Kinderen vertellen zelf het verhaal. De wereld van het jonge kind. (feb) 28-31.

van der Hoeven, J. & van der Maas, M. (2015). Aan de slag met verhalende prentenboeken. Nieuwe uitwerkingen van interactief voorlezen. De wereld van het jonge kind. (feb) 4-7.

Koerhuis, I. & op den Kamp, M. (2015). Interactief voorlezen: ja! Maar hoe? Handvatten bij interactief voorlezen. De wereld van het jonge kind. (sep) 10-14.

3 gedachtes over “Interactief voorlezen: hoe laat je kinderen zelf het verhaal vertellen?

  1. Hallo

    Wat een fijne tips allemaal!

    Ik heb vorig jaar in mijn stageklasje (5 jarigen) de kleuters zelf een prentenboek laten maken. Het thema was “gekke zwarte piet”. Ik had een boek gemaakt, met daarin allemaal lege pagina’s. Tijdens het vrij spelen mochten kleuters hier de pagina’s van vullen en op het einde van de dag konden we het boek erbij nemen en “lezen” wat de gekke piet allemaal had gedaan. Na een week was het boekje af. Soms kwamen kleuters vragen om een tekstje erbij te schrijven. Ik schreef dan een zin op (apart blaadje) en de kleuters probeerden dit over te schrijven, dat vonden ze natuurlijk ook geweldig.

    Het boek kon worden afgegeven als cadeautje voor de Sint en zwarte piet.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s