Klap-pen in let-ter-gre-pen: overbodig en zelfs hinderlijk volgens recent onderzoek

  • Juf Sarah: Hoeveel stukjes hoor je in Sinterklaas? Sin-ter-klaas … drie, juf!
  • Meester Sam: Hoeveel stukjes hoor je in Piet? p-ie-t … drie, juf!

Waarom is de instructie van meester Sam beter dan deze van juf Sarah? Het onderzoek van Teresa Ukrainetz en collega’s geeft een antwoord.

Het klankbewustzijn is een belangrijke voorspeller voor het leren lezen (Ukrainetz en collega’s, 2011). Voldoende reden dus om extra in te zetten op dat klankbewustzijn in de kleuterklas. Maar welke taakjes zijn nu noodzakelijk om het klankbewustzijn te stimuleren bij de oudste kleuters? Denk maar mee.

  1.  Rijmen ‘Sint’ en ‘pint’? ‘Ja!’ antwoorden de kleuters.
  2.  Laten we het woord ‘chocolade’ in stukjes klappen: cho-co-la-de.
  3. Siska, de klaspop, krijgt van de Sint alleen cadeautjes waarin het klankje /s/ in het woord te horen is. De kleuters ontdekken dat Siska snoep, een slee en een ‘cd’ van K3 krijgt. Jammer genoeg krijgt ze geen mandarijn en ook geen blokken.
  4. Er is een klasrobot op bezoek in de klas. Hij heeft een p-o-p van de Sint gekregen. Kunnen de kleuters raden welk cadeau hij precies kreeg? Ja, het is een pop!
  5. In welk woord hoor je de meeste klanken? In r-oe of p-aa-r-d? Tel maar mee met de vingers! …. In paard horen we vier klanken, in roe twee. Paard heeft dus de meeste klanken.

Antwoord: 1 en 2 zijn weinig noodzakelijk; 3, 4 en 5 zijn wel zeer belangrijk

Tot onze verbazing voegen de eerste twee taakjes weinig toe om het voorbereidend lezen te stimuleren. Rijmen en woorden klappen in lettergrepen lijken ons logische voorlopers van woorden klappen in klanken. We denken dat we er kleuters mee vooruithelpen om hen eerst te leren oefenen met lettergrepen en rijmen, opdat ze nadien minder moeite hebben om woorden in klanken op te splitsen. Maar niets is minder waar volgens het nieuw wetenschappelijk onderzoek!

Oefenen op het klappen in lettergrepen, zoals ‘schoor-steen’ helpt onze kleuters niet meer vooruit om woorden te kunnen splitsen in klanken, zoals ‘z-a-k’. Integendeel, het leidt tot verwarring bij de kleuters. Dit blijkt uit het onderzoek van Ukrainetz en haar collega’s.

Hun onderzoek lijkt dus aan te wijzen dat we onmiddellijk kunnen starten met taakjes 3, 4 en 5: (begin)klanken laten ontdekken in een woord (klanken isoleren), klanken laten samenvoegen tot een woord (auditieve synthese) en een woord opsplitsen in klanken (auditieve analyse). Omdat de onderwijstijd beperkt is, laten we ‘klappen in lettergrepen’ en ‘lettergrepen samenvoegen tot een woord’ dus beter achterwege als we onze oudste kleuters een efficiënte stap in de goede ‘lees’richting willen laten zetten.

Moeten we onze kleuters dan ook niet meer leren rijmen? Het antwoord daarop lijkt ons minder evident. De kleuters maken namelijk kennis met gedichten en verhalen op rijm. ‘Rijmen’ hoort tot onze cultuur.

Praktijktip

Heel wat handleidingen en methodes voor beginnende geletterdheid zijn nog niet aangepast aan dit nieuwe inzicht. Je kan beter meer energie investeren in de oefeningen voor klankisolatie, auditieve analyse en synthese. De oefeningen met lettergrepen sla je dan gewoon over.

Leestip

Van Druenen, M.; Gijsel, M.; Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012) Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten.

Wetenschappelijke bron

Ukrainetz, T.A.; Nuspl J.J.; Wilkerson, K.; Beddes. S.R. (2010). The effects of syllable instruction on phonemic awareness in preschoolers. Early Childhood Reseach Quartely, 26, pp. 50-60.

 

Lieve Van Severen, ODISEE

15 gedachtes over “Klap-pen in let-ter-gre-pen: overbodig en zelfs hinderlijk volgens recent onderzoek

  1. Als logopedist die al 30 jaar met kinderen werkt, ben ik het ermee eens dat lettergrepen / stukjes klappen niet voorbereidt op leren lezen. Het heeft wel een functie bij het duidelijk leren praten voor een aantal kinderen, die een minder sterk ritmegevoel voor taal hebben: alle woorddelen worden namelijk uitgesproken en dat doen sommige kinderen niet vanzelf (bijv. paddestoel>pahstoel, computer > puter). Maar dat is niet noodzakelijk iets dat standaard op school geoefend moet worden. Het zou wel fijn zijn, als leerkrachten bij het ‘hakken’ of klanken klappen, dit voor de leerlingen ook benoemen als ‘klanken’ en niet als ‘in stukjes hakken’.

    Like

  2. Na bijna 30 jaar ervaring in het eerste leerjaar/ groep drie, kan ik stellig zeggen dat dit inderdaad voor verwarring zorgt tijdens de eerste weken (voor sommige kinderen zelfs maanden) van het aanvankelijk lezen. Klappen in lettergrepen is dus volgens mij hinderlijk. “Hakken” en “plakken”, helpt de kinderen beter als voorbereiding op het leren lezen èn spellen. Ik vind ook dat het beter is om eerst te leren “plakken”, en pas daarna te “hakken”: Zo heeft het kind vele goede voorbeelden gehoord alvorens zelf te gaan “hakken”. Met de uitspraak over rijmen, ga ik niet akkoord. Ik heb daarvoor veel te veel ervaren dat kinderen die (goed) kunnen rijmen, ook sneller het leesprincipe door hebben. En ook dat kinderen die niet kunnen rijmen bij de start van het aanvankelijk lezen, ook moeite hebben om te leren lezen. Dit komt volgens mij omdat “rijmen” een auditieve vaardigheid is. En die is heel belangrijk bij het aanvankelijk lezen: leren lezen doe je met je oren.

    Like

    • ‘Kinderen die niet kunnen rijmen hebben ook moeite om te leren lezen, omdat ‘rijmen’ een auditieve vaardigheid is. En die is heel belangrijk bij het leren lezen.’

      Klopt.
      Maar het niet kunnen rijmen is niet de oorzaak van de gesignaleerde leesproblemen.
      Het zijn beide gevolgen van een zelfde oorzaak, bijvoorbeeld zwakke auditieve vaardigheden en/of fonologische problemen.

      Leesmoeilijkheden in groep 3 worden niet voorkomen door intensief rijmen te oefenen in groep 2.

      Sterker nog; het is erg frustrerend en werkt onzekerheid in de hand om als kleuter voortdurend op gehoor mee te moeten rijmen met de kinderen in de kring, terwijl je oprecht niet kunt horen of woorden verschillen, bijna niet verschillen, of precies hetzelfde zijn.
      Hier verdwijnt leesplezier en het vertrouwen in het (eigen) leren lezen proces.
      Voor deze groep kinderen zou het fijner zijn wanneer leerkrachten van groep 2 en 3 zich bewust zijn van individuele verschillen en hun (voorbereidend) leesaanbod daarop afstemmen.

      Like

  3. Bedankt Lieve voor je duidelijke blogbericht. Ik kan de scholen in Aalst dit artikel laten lezen. Het is veel toegankelijker dan de oorspronkelijke Engelstalige bron.
    Met vriendelijke groeten, Goedroen van Lunenburg, Taalcoach Basisonderwijs Aalst

    Like

  4. Dag allemaal,

    Ik denk dat het goed is dat jullie dit eens lezen…

    Groet,

    SIgrid

    Sigrid Aertgeerts Pedagogisch Directeur

    Kleuterschool H.Hartinstituut Heverlee Naamsesteenweg 355 3001 Heverlee 0494/38.14.95

    ________________________________

    Like

  5. Glashelder en helemaal waar.
    Maar wel jammer dat de leestip weer eens naar het klassieke dyslexie-is-een- stoornis-met-neurobiologische-basis-verhaal leidt. Want na dit verhelderende stuk over woordjes klappen, moeten we ons toch afvragen: hoeveel procent van de kinderen die nu met een dyslexieverklaring rondlopen heeft in de basisschool woordjes geklapt? Negenennegentig of honderd? Die hebben dus allemaal op school iets gedaan wat verwarring stichtte en hinderlijk was toen ze écht gingen leren lezen.
    Als al die kinderen door rijmen en klappen in de war zijn gebracht, scheelt er iets met het onderwijs dat ze hebben gekregen. Dat staat vast. En dat die verwarring te vermijden was, staat ook vast.
    Hoelang zullen we dan nog blijven zeggen dat er iets met die kinderen scheelt, dat dyslexie een stoornis in de neurobiologie van de kinderen is en dat wat er in de klassen gebeurt er voor niets tussen zit?

    Like

  6. Astrid Geudens, Thomas More, expertisecel taaldidactiek en aanvankelijk lezen zegt:

    Gebaseerd op de onderzoeksliteratuur ben ik het eens met de stelling dat aandacht voor klanken of foneemniveau en auditieve analyse belangrijke oefeningen zijn in een speels aanbod activiteiten rond taalbewustzijn in de kleuterklas. Tenminste, als er telkens een koppeling wordt gemaakt tussen de centrale klank en de letter. We weten ook dat de koppeling met auditieve analyse oefeningen – in combinatie met letterkennis! – en leesvaardigheid ook sterker is. Dat betekent echter niet dat oefeningen zoals het opsplitsen van klankgroepen (geen lettergrepen, dus niet ap-pel maar a-ppel) en rijmoefeningen niet zinvol kunnen zijn. Dit is, mijn inziens, ook niet de conclusie van het voorgestelde onderzoek. De onderzoekers keken immers naar de relatie tussen klankgroepen en foneembewustzijn. Het gaat veel eerder om het doel dat je voor ogen hebt met je oefening. Het probleem is vooral dat de meeste kinderen in de kleuterklas enkel vertrouwd worden gemaakt met klankgroepen en rijm zonder dat er bewust aandacht is voor het meest fijnmazige niveau van fonologisch bewustzijn: het foneem, de afzonderlijke klanken in een woord in combinatie met letterkennis. En daar knelt het schoentje.
    Het is belangrijk de context van het onderzoek te bekijken en de fase waarin je kinderen prikkelt met dit soort oefeningen. Kinderen die starten in de tweede kleuterklas kan je heel mooi warm maken voor het bewustzijn dat woorden bestaan uit kleinere stukjes door ze bijvoorbeeld in klankgroepen te laten verdelen. Op die manier kan je ze ook veel beter leren loskomen van betekenis en meer gevoeligheid voor taal en reflectie rond taal meegeven. Denk bovendien aan kansen om via dit soort oefeningen een gevoeligheid mee te geven rond samenstellingen (“hé, er zitten twee woordjes in dat lange woord”), onderscheid lang en kort bijv. kabouter – reus, verkleinwoorden etc. Máár, je moet dit soort oefeningen dan wel aanbieden in een ruimer betekenisvol en speels geheel waarbij van bij de start veel aandacht is voor de klank, gekoppeld aan een letter. Begin je pas eind tweede kleuterklas met oefeningen rond fonologisch bewustzijn dan mis je natuurlijk de boot en dan rest er te weinig tijd voor het foneem en de letter. Maar dat is de omgekeerde redenering. Start je er wel vroeg mee, dan heb je veel meer kansen om kinderen heel speels op hun niveau te prikkelen en is de stap naar het ontdekken van klanken in woorden ook veel kleiner. Je doet niet óf maar én.
    Hetzelfde geldt voor rijm. Barbara Wagensveld maakte er ons allen nog op attent dat rijmoefeningen heel vaak verkeerd worden aangepakt. Zelfs baby’s zijn gevoelig voor het feit dat ‘bal’ niet rijmt in het rijtje ‘klok – sok – bal’ maar wanneer je de woorden zo kiest dat het moeilijker is om het niet-rijmende woord te ontdekken wordt de oefening veel effectiever. Het is bijvoorbeeld moeilijker te horen dat ‘pot’ niet rijmt op ‘kok’ dan dat ‘bal’ niet rijmt op ‘kok’. Door in rijmoefeningen te spelen met meer of minder klankonderscheid kunnen we de kinderen reeds alert maken op die kleine, maar wezenlijke verschillen in klanken. Bovendien is er heel wat onderzoek dat wel sterke relaties laat zien tussen rijmvaardigheid bij kleuters en later aanvankelijk lezen mits je de items zo maakt dat ze uitdaging bieden. Let dus op met conclusies dat rijmoefeningen niet zinvol zouden zijn, maar bied ze aan in een geïntegreerd aanbod waarin aandacht is voor alle facetten van taalbewustzijn en fonologische vaardigheden én dus ook meteen van bij de start het niveau van het foneem.

    Like

  7. En toch heb ik ook al gehoord dat pas van einde tweede kleuterklas hun gehoor pas echt ontwikkeld is. Dus soms horen jonge kinderen niet echt de verschillen vn de klanken. Hoeven we dan zo vroeg te beginnen.,? GEwoon een bedenking .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s