Hoort eens, klopt dat kinderen?

Dit weekend sloegen weer duizenden kinderhartjes een versnelling hoger bij het zien van allerlei lekkers en speelgoed dat ze ’s morgens konden aantreffen bij het ontbijt. Vele dankliederen schalmden door de Belgische huiskamers – niet voor mama en papa, maar voor de Sint. Zelden tot nooit stelt een kleuter het bestaan van ‘de goedheiligman’ in vraag.

Je hoeft er met andere woorden geen wetenschappelijke literatuur op na te slaan om te weten dat kleuters in hun voortdurende zoektocht naar de zin of reden achter de dingen (waarom?) het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid (hoe dan?) daaraan ondergeschikt stellen. Nochtans kúnnen kleuters dit onderscheid best maken. Ze weten heus wel dat de sokpop een sok is, en zien bij het tafelpoppenspel natuurlijk de juf staan. Ze weten dat ze geen echt eten aan het koken zijn aan hun poppenfornuis, ook al bijten ze er een beetje later smakelijk in.

Hoe komt het dan dat kinderen zomaar aannemen dat er op koude gure nachten een oude man op een paard over de daken rijdt? Waarom aanvaarden kleuters dit idee dat ze bovendien nooit met eigen ogen zien?

Uiteraard doen volwassenen dit tot op zekere hoogte ook: ik weet dat de aarde rond is, ook al lijken al mijn zintuiglijke observaties er op te wijzen dat ze plat is. Ook volwassenen nemen andere soorten ‘bewijsvorming’ aan dan enkel hetgeen ze zien, en vertrouwen op de data die anderen hen voorzien om een logische verklaring te bieden. Het lijkt logisch te stellen dat kinderen hun geloof in de Sint behouden omdat er cadeautjes in het spel zijn. Omdat ze elke ochtend in hun schoen – en op 6 december in volle glorie – het ‘bewijs’ vinden van wat anderen hen vertellen.

Recent onderzoek aan de University of Virginia wijst echter uit dat dit niet de reden is. Het blijkt niet zozeer zintuiglijk ‘bewijs’ wat kinderen al dan niet overtuigt om iets te geloven, wel de kracht van het gesproken woord.

Vooreerst blijken kinderen het woord van een volwassene zelfs boven hun eigen zintuiglijke waarneming te geloven. Opnieuw, ook als volwassene stel je vaak je vertrouwen in de informatie die anderen je geven boven je eigen observatie; zo neemt iedereen aan dat een paling een vis is, terwijl dit dier op het eerste zicht eerder op een slang lijkt. Tijdens zijn experimenten met kleuters ontdekte psycholoog Vikram K. Jaswal echter dat kinderen hier wel erg ver in gaan. Hij plaatste een sticker onder omgekeerde bekertjes en liet een volwassene een kleuter helpen om de beker met de sticker om te draaien. Bij goed resultaat kregen de kleuters de sticker. Zelfs wanneer een volwassene het kind reeds zeven keer op rij foute informatie had gegeven, trokken de kinderen bij de achtste poging het woord van de begeleider nog niet in twijfel. De vraag bleef echter of dit resultaat blijk gaf van een onwrikbaar vertrouwen in de ‘alwetende volwassene’ of dat van het gesproken woord…

Om aan deze vraag tegemoet te komen werd in vier studies onderzocht welke omstandigheden kinderen kozen om informatie over voedingswaarden en speelgoed te bekomen. Zowel drie-, vier-, als vijfjarigen kozen ervoor om de voedselgerelateerde vragen aan een volwassene te stellen, en vragen omtrent speelgoed aan een ander kind. De toevertrouwde informatie werd als waar aangenomen, ook als hun eigen waarnemingen iets anders insinueerde. Blijkbaar geloven kinderen dus vooral wat ze horen, en zijn ze daarin minder skeptisch dan tegenover informatie die ze op andere manier verkrijgen…

En u?

 

Bronnen:

Jaswal, V. K., Pérez-Edgar, K., Kondrad, R. L., Palmquist, C. M., Cole, C. A., & Cole, C. E. (2014). Can’t stop believing: Inhibitory control and resistance to misleading testimony. Developmental Science, 17, 965-976.

Eyden, J., Robinson, E. J., Einav, S., & Jaswal, V. K. (2013). The power of print: Children’s trust in unexpected printed suggestions. Journal of Experimental Child Psychology, 116, 593-608.

Tenney, E. R., Small, J. E., Kondrad, R. L., Jaswal, V. K., & Spellman, B. A. (2011). Accuracy, confidence, and calibration: How young children and adults assess credibility. Developmental Psychology, 47, 1065-1077.

 

2 gedachtes over “Hoort eens, klopt dat kinderen?

  1. Wat dan met de invloed van andere kleuters die hen vertellen dat de sint niet bestaat? Hoe ga je daar mee om? Vragen over het geloof in Allah, Jezus en anderen kan ik zonder iemand te benadelen beantwoorden met “sommige mensen geloven dit, andere mensen geloven dat en sommigen zelfs helemaal niets”. Maar een kind dat tegen een ander zegt dat de sint niet bestaat vind ik een veel moeilijkere kwestie. De sint is voor veel kinderen een heel reëel iets. Je kan niet openlijk de “gelovers” (voor alle duidelijkheid dit heeft niets met godsdienst te maken) gelijk geven, want dan geef je daarmee aan dat kinderen die niet in de sint geloven liegen. Maar als je de “niet-gelovers” in hun overtuiging bevestigt, ontkracht je de hele sint-(pseudo)realiteit en dat is ook niet aan de orde.
    Bij oudere kinderen die het “geloven-in-de-sint-stadium” voorbij zijn wordt door hun ouders op hun inlevingsvermogen beroep gedaan om de mythe in leve te houden. Zij slagen daar meestal vrij goed in, zeker als ze betrokken worden bij de andere kant van het sint-gebeuren (cadeautjes en chocola klaarleggen). Maar wat met kinderen die er nooit in geloofd hebben? Wat als jonge niet-gelovers niet kunnen zwijgen over de realiteit. Heeft dit dan ook effect op de jonge gelovers? Hoe ga je best om met dit dualisme om te voorkomen dat kleuters aan hun eigen waarheid gaan twijfelen?

    Like

  2. Dag Iris,

    een interessante vraag!
    Wat de wetenschappelijke literatuur die ik erop nasloeg betreft, vond ik enkel data in verband met ‘kinderen en volwassenen’ (cfr de blogpost voedsel/speelgoed). Het zou inderdaad boeiend zijn om te kijken welke bron kinderen gaan raadplegen in verband met Sinterklaas: hun leid(st)er of een ander kind of een ouder…
    Ik denk dat bij een echt conflict “sommige mensen geloven dit, andere mensen niet” wel een eerlijk antwoord is, ook in het Sinterklaasdebat. Uiteindelijk mogen kleuters hun eigen waarheidheden in twijfel trekken, dit hoort bij (op)groeien.
    Vanuit eigen ervaring merk ik echter dat dit debat bij kleuters zich niet meteen moet voordoen. Mijn kinderen (een dochter van 2j en zoon van 4j) worden thuis niet grootgebracht met ‘Het Sinterklaasgeheim’. Ik spreek er niet spontaan over met mijn kinderen, maar aangezien de school etc. wel degelijk inspeelt op het hele Sintgebeuren komen de gesprekken over de Sint zeker tot in onze huiskamer. We vieren dan ook op 6 december, en ik communiceer dat alsvolgt naar mijn kinderen: ‘Morgen vieren we de verjaardag van Sinterklaas met cadeautjes! Joepie!’
    ’s Avond leg ik cadeautjes. Als hij ze me toont zeg ik ‘Wat kreeg jij voor Sinterklaas’ ipv ‘Wat kreeg jij van Sinterklaas’. Mijn zoon hoort het verschil nog niet zo bewust, maar ik vind het op lange termijn belangrijk dat ik op deze manier communiceer met hem.
    Mijn kleuter gelooft in Sinterklaas, dat is zeker. Dit geloof is niet door mij ingegeven, maar ik strijd het ook niet af.
    Het is een moeilijke evenwichtsoefening en ik probeer hem de kans te geven zelf te ontdekken wat hij ervan denkt en er zeker voor te zorgen dat hij voelt dat ik interesse heb voor zijn vragen.

    Enkele gesprekken:
    F: ‘Moeke! Ik heb Sinterklaas gezien vandaag op school!’
    Ik: ‘Echt waar? Waw! Hoe zag hij eruit?’
    F: ‘Groot en met een staf en een baard en snoepjes’.
    Ik: Whooo, dat moet wel heel fijn geweest zijn!

    (Cfr het gesprek de dag ervoor toen F plots terug in de woonkamer stond na het slapengaan:
    F: ‘Moeke, ik ben bang. Er zit een monster onder mijn bed.’
    Ik: ‘Oei! Een monster? Echt? Ik heb nog nooit een monster gezien…’
    F: ‘Het is heel groot.’
    Ik: ‘Heeft het iets tegen je gezegd?’
    F: *schudt hoofd*
    Ik: Hmmm dan is het misschien wel een lief monster? Zullen we samen eens gaan kijken?
    F: ‘Ok…’)

    F: ‘Moeke! Sinterklaas is nu hier [in de straat] en was daarstraks daar [op school]’
    Ik: ‘Mja, precies wel ja’
    F: ‘Dat is gek he?’.
    Ik: ‘Ja dat is gek… ik zou ook niet weten hoe de Sint dat zou kunnen doen…’

    Hopelijk helpt dit je al wat verder?
    Groetjes
    Edith

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s