Over thuistaal en Nederlands

Het aantal leerlingen dat thuis een andere taal spreekt dan op school, neemt nog steeds toe. Het zijn er nu bijna 17 procent in het Vlaamse basisonderwijs, zelfs tot vier op tien in een grootstad zoals Antwerpen. Nog te vaak lopen leerkrachten aan tegen het taalprobleem dat deze leerlingen in de klas ervaren. Hét wondermiddel bestaat niet, maar deze blogpost wil enkele tips meegeven op basis van pas afgerond Vlaams onderzoek en een artikel dat heel recent verscheen in het tijdschrift Young Children.

Veel scholen hebben een strikt alleen-Nederlands-beleid. Op het gebruik van andere talen wordt vaak afwijzend gereageerd. Kinderen worden berispt bij het gebruik van hun moedertaal op school in de hoop dat ze alleen nog Nederlands zouden spreken en oefenen.

Moedertaal op school?

Onderzoekers van de KU Leuven, de Ugent en de VUB voerden vier jaar lang onderzoek naar manieren om meertaligheid ten goede te gebruiken in de klas. Hun studie kreeg de naam Validiv mee. Concreet werden er in verschillende basisscholen mogelijkheden gecreëerd zodat kinderen op de computer of in groepswerk hun moedertaal konden gebruiken. Wat bleek? Kinderen grijpen minimaal naar hun thuistaal. Alleen als zij een woord niet begrepen, klikten ze de moedertaal aan. Ook in groepswerken gebruikten ze driekwart van de tijd het Nederlands. Dat is geen vreemd resultaat. Je woordenschat en de taal die je gebruikt, hangt namelijk sterk samen met de context waarin je de inhoud ervan hebt geleerd of ervaren. Als een anderstalig kind bijvoorbeeld een uitstap naar de dierentuin maakt met de klas, dan zal het de specifieke woordenschat rond ‘dieren’ van die dag in het Nederlands oppikken en onthouden. Het kind kanwelcome-905562_960_720 dan perfect in het Nederlands vertellen over de uitstap. Als een kind diezelfde uitstap niet met de school maar met zijn anderstalige familie maakt, zal de woordenschat gekend zijn in de moedertaal. In het artikel “What parents have to teach us about their dual language children” haalt Sara Michael-Luna aan dat we in de klas kinderen vaak vragen om in de kring te vertellen over hun belevenissen van tijdens het weekend of een vakantieperiode. Dat verloopt vaak moeizaam bij anderstalige kinderen. Kinderen weten perfect wat ze gedaan hebben, de ervaring zit in hun hoofd, maar de Nederlandstalige woorden om deze ervaring te delen ontbreken.

Enkele tips…

Sara Michael-Luna geeft in haar artikel enkele tips om zowel kinderen als ouders te begeleiden in de taalontwikkeling.

  • Het is vanzelfsprekend dat een kind alle taal die het kent (moedertaal, Nederlands, lichaamstaal…) door elkaar gebruikt om een boodschap over te brengen. Laat dan ook toe dat er enkele woorden in de thuistaal gebruikt worden, om er nadien zoveel mogelijk Nederlands naast te plaatsen zodat het kind nieuwe woordenschat kan leren in een voor zichzelf betekenisvolle context.
  • In het hele proces om een nieuwe taal te leren, wisselen kinderen voortdurend af tussen de verschillende fasen. Ze gebruiken moedertaal en Nederlands door elkaar (code-switching), ze hebben een stille periode, gebruiken één- of tweewoordzinnen,… Geef hen, zowel als leerkracht en als ouder, de ruimte om hun weg te zoeken in dit leerproces.
  • Informeer de ouders van anderstalige leerlingen over hoe het taalleerproces kan verlopen. Vaak verwachten ouders (net als leerkrachten) snelle resultaten, terwijl we kinderen net tijd moeten geven om hun weg te zoeken in beide talen. Het is niet altijd eenvoudig om talen en culturen te overbruggen, maar een open communicatie hierover kan helpen.

De thuistaal mogen gebruiken op school heeft voordelen, zo blijkt uit het Vlaamse Validiv-onderzoek. Niet specifiek voor de kennis van het Nederlands, maar wel voor de leerprestaties op lange termijn. Het welbevinden en zelfvertrouwen van de leerlingen neemt toe, waardoor leerlingen enthousiaster naar school komen en sneller zullen leren.

 

Meer lezen?

www.validiv.be

Michael-Luna, S. (2015). What parents have to teach us about their dual language children. Young Children. 70 (5), 42-50.

6 gedachtes over “Over thuistaal en Nederlands

  1. Dag Eline,

    Interessant! Ik vraag me af hoe we voor deze kleuters ervaringsgesprekken best organiseren?
    (1) Ervaringsgesprekken minder richten op ervaringen thuis, meer op ervaringen in de klas (die ze beleefd hebben in de taal van de school)
    (2) Veel visuele steun inzetten wanneer je de kinderen over thuiservaringen laat spreken (taaltekeningen, iets meebrengen van thuis). Of de kinderen hun verhaal eerst in duo’s aan elkaar laten vertellen.
    Zover kom ik. Wat denk jij? Wat denken de andere lezers? Welke tips zijn er nog?

    Like

  2. In mijn stageklas voeren we nooit een onthaal gesprek over de ervaringen en belevingen van de kinderen. Dit komt omdat er 3/4 van de klas een andere thuistaal heeft.
    Door dit artikel te lezen zie ik in dat het niet altijd slecht is om de kinderen te laten vertellen in hun moedertaal. Het is misschien wel nodig om hierover te communiceren met de ouders of dit visueel te ondersteunen zodat de andere kleuters ook kunnen volgen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s