Kleine kinderen, grote weldoeners

We verwachten allemaal dat kleuters lief zijn voor elkaar. Maar wat valt er voor jou allemaal onder dat containerbegrip? En hoe leren de kleuters dat? Worden ze er mee geboren of leren hun ouders en hun leerkrachten het hen? En wanneer dan wel. De bekende psycholoog Michael Tomasello deed er onderzoek naar en kwam tot hoogst verrassende inzichten.

Onderschat een eenjarige niet
Zet een kind van twaalf maanden in de buurt van een volwassene die werkt met een nietjesmachine, laat die volwassene vervolgens de ruimte verlaten, een andere volwassene binnenkomen die de machine verplaatst, en laat tenslotte de eerste volwassene terugkomen en op zoek gaan naar zijn nietjesmachine. De eenjarige zal naar alle waarschijnlijkheid de nietjesmachine aanwijzen.

Geboren om te helpen
Tomasello bevestigde met intrigerend onderzoek de stelling dat de mens sociaal geboren wordt. Kleine kinderen gedragen zich van kindsbeen als kleine spinnen in ons cultureel web.
Als de inleidende alinea je niet verbaasde, probeer ik nog eens opnieuw. Al rond 12 maanden, wanneer ukjes voor het eerst beginnen te stappen en te praten, worden ze tegelijk echte culturele wezens, mensen die spontaan helpen waar ze kunnen, zelfs zonder dat er hen om gevraagd wordt. Amper een jaar oud bieden jongens en meisjes al hulp bij heel verscheiden problemen. Ze brengen desnoods kruipend voorwerpen aan die een volwassene klaarblijkelijk mist. Ze corrigeren al naargelang de situatie ook fouten van volwassenen en verwijderen obstakels. Tomasello drukt er op dat zijn experimentele scenario’s zoals die in onderstaand filmpje wellicht volledig of toch minstens gedeeltelijk nieuw waren voor de kinderen.

Hij concludeert dat kinderen flexibel zijn in hun helpgedrag en dat dit twee belangrijke zaken vooronderstelt:

  • ze kunnen de doelen van anderen correct aanvoelen in uiteenlopende situaties
  • ze moeten onzelfzuchtige motieven hebben om te helpen. (Beloning en straf was nooit aan de orde.)

En dan moeten ze nog naar school
Later, zo vanaf hun derde verjaardag en ze in Vlaanderen althans goed en wel op school zitten, leren de kinderen een en ander afwegen. Waar ze voorheen spontaan hielpen, worden ze wat selectiever. Op basis van eerdere ervaringen leren ze de reactie of het oordeel van de groep op hun gedrag inschatten. Verwachten ze stank voor dank te krijgen, dan helpen ze niet meer. Eigenlijk heeft een driejarige dus uit zichzelf onze cultuurwet van de wederkerigheid ontdekt. Hij heeft vaak zonder dat de volwassenen het beseffen de geldende waarden en normen van zijn sociale omgeving doorgrond. Ten dele doet hij dat autonoom op basis van eigen ervaringen. Maar daarnaast kunnen goede voorbeelden, communicatie en instructie van anderen een rol spelen. Culturen promoten altruïstisch gedrag, zoals jij dat doet in je klas. Je stelt expliciet juiste normen voorop: wees lief voor anderen, help hen en deel met hen.
Kinderen brengen dat samen: de formele normen en de eigenlijke gebruiken in hun omgeving en ze wikken en ze wegen. Ze weten waar ze bewondering mee kunnen oogsten en waar bestraffing kan volgen. Ze zijn zich zelfs bewust van gevolgen voor hun reputatie. Kortom ze doen aan wat Erving Goffman impression management noemt.
Misschien is dat nog straffer dan de voorbeelden van hulpgedrag hierboven.

Transfer
Kinderen volgen niet alleen sociale normen, ze gaan er ook actief naar op zoek in nieuwe situaties. Ze voelen aan dat wat in de ene context gebruikelijk is, in een andere taboe kan zijn. Ze zoeken uit hoe ze verwacht worden zich te gedragen thuis en op school. Zelfs binnen de klas is het verkennen geblazen. Voor ons is het vanzelfsprekend wat lief zijn voor elkaar betekent in de kring en in de verkleedhoek. Voor hen kan het nieuw zijn. Hé hier mag ik wel praten en dingen vastpakken. Elke keer is die hoek trouwens anders. Eens ze er zijn, stellen ze vast dat er aangepast verkleedmateriaal is en dat ze moeten delen met een nieuw klasgenootje. Anders zijn ze niet lief.

Piaget had het mis
Kinderen volgen de normen dus niet louter omwille van autoriteit zoals Piaget beweerde. Ze maken eigen inschattingen, denken in wederkerigheidstermen alsof ze een impliciet sociaal contract getekend hebben met iedereen. Ze zien zich als een deel van een wij en dat impliceert gewoon respect van en voor de ander… tenzij die wij ander gedrag promoten.

 

Tomasello, Michael (2009) Why we cooperate. MIT Press. Cambridge Mass.

 

 

Een gedachte over “Kleine kinderen, grote weldoeners

  1. Een verwijzing naar Deci&Ryan en bij uitbreiding naar Vansteenkiste& Soenens (Vitamines voor groei) is hier wel op zijn plaats.
    Alsook te lezen: Origin of human cooperation and morality, Tomasello.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s