6 nieuwtjes over woordenschat en taalplezier

Afgelopen maanden heb ik weer wat taalweetjes verzameld voor jullie.

1 Denken over woorden is plezierig en leerrijk

“Is een legoblokje ook een baksteen?”  Met eigen ogen zag ik hoe vierjarige kleuters letterlijk en figuurlijk op de tippen van hun tenen stonden om deze vraag te beantwoorden tijdens het thema ‘bouwen’. Tegelijkertijd namen ze het nieuwe woord ‘baksteen’ in hun mond en verankerden ze de betekenis van het woord ‘baksteen’: dat is geen steen uit de natuur, maar uit een fabriek (net zoals lego), die wordt gemaakt van klei (in tegenstelling tot lego).

De volgende denkspelletjes met woordenschat hebben hun waarde al bewezen:sorteerspel

  • De kleuters categoriseren plaatjes of voorwerpen van woorden in categorieën: bijv. de categorieën ‘huisdieren’, ‘wilde dieren’ en ‘boerderijdieren’. Je eindigt met een woord dat moeilijk te categoriseren valt. Bijvoorbeeld, is een ‘bij’ een huisdier of een wild dier of een boerderijdier? Daarover voer je een denkstimulerend gesprek. (Bron: Neuman & Wright, 2013)
  • Je toont verschillende plaatjes die net wel of net niet het woord voorstellen. De kleuters vertellen bij elk plaatje of dit een voorbeeld is van het woord. Je eindigt met een grappige of prikkelende plaat waarrond je een denkstimulerend gesprek voert.  Bijv. bij het woord ‘vacht’ eindig je met een plaatje van behaarde mensenbenen. Dit spelletje pasten we met succes toe in het Wereldwoorden-project. De kleuters waren er dol op, en volgens de leerkrachten was het leerrendement hoog. (Bron: Pollard-Durodola et al., 2011)
  • Jij als leerkracht verzint allerlei juiste en onjuiste zinnetjes met de doelwoorden. Vb. bij het woord ‘eiland’: Een eiland kan je opeten; Er staat een eiland midden in het bos; Rond het eiland is water. De kleuters beoordelen of de zinnetjes juist zijn of fout, en leggen soms uit waarom. (Bron: Aloïs Ruitenbeek van Taalmozaïek)
  • Je frist woordenschat uit een oud thema op door middel van foto’s of voorwerpen. Je zoekt met de kleuters naar verbanden met het huidige thema. Komen deze woorden ook voor in ons centrale prentenboek? Zo ontdekken de kleuters dat niet alleen bouwvakkers ‘gereedschap’ nodig hebben, maar ook boeren. (Bron: het Wereldwoordenproject)

Het laatste spelletje sluit aan bij een aanbeveling uit een gloednieuw Nederlands onderzoek om doelwoorden uit oude thema’s op te frissen in nieuwe thema’s, én het is een goede manier om de denkontwikkeling te stimuleren door verbanden te leggen.

2 Gebruik bewegingen om basiswoordenschat aan te leren: bewezen effect

Als kleuters een nieuw woord niet alleen horen, maar ook zelf gebaren gebruiken of bewegen en handelen naar de betekenis van het woord, absorberen ze de woordenschat gemakkelijker. Griekse onderzoekers bevestigden dit door kleuters plaatjes van Engelse woorden te tonen en hen dan deze woorden te laten uitbeelden (Toumpaniari et al., 2015). Ik geloof dat je hetzelfde effect kunt bereiken met rollenspel in de fantasiehoek, raadspelletjes met uitbeelden, een drama-activiteit, een doe-activiteit.

3 Geen overdosis aan geplande, leerkrachtgestuurde woordenschatactiviteiten

Het is goed om aandacht te besteden aan woordenschat, maar je mag niet overdrijven omdat de tijdsinvestering dan niet meer in verhouding staat tot de opbrengst. Zo ondervonden Amerikaanse onderzoekers dat kleuters die de dubbele hoeveelheid aan woordenschatinstructie kregen dan een andere groep kleuters, maar een kleine fractie meer bijleerden dan die andere kleuters (Arthur & Davis, 2016).  Geloof me: het ging echt wel om héél veel activiteiten voor een beperkt aantal woorden.

Verder is het efficiënter om de activiteiten goed te spreiden dan om alles na elkaar te plannen (het spacing effect, onder meer Camp et al.).

Ook mag je niet vergeten dat er zich nog vele ongeplande taalrijke momenten voordoen die je kan aangrijpen om hier en daar een woord uit te leggen, spreekkansen te geven of taalfeedback te voorzien. Chileense leerkrachten waren in een taalproject zo gefocust op de nieuwe taalactiviteiten dat ze dat uit het oog verloren (Bowne et al., 2016).

Ten slotte ben ik persoonlijk van mening dat je regelmatig gewoon een speelmaatje moet zijn voor de kleuters, omdat dit bevorderlijk is voor hun spreekdurf en hun welbevinden.

4 Meertalig taalplezier: laat je inspireren door deze voorbeelden

Ik ontdekte een mooie videocollectie met speelse taalactiviteiten, en aandacht voor ouderbetrokkenheid. De video’s zijn in het Engels, met een snuifje Chinees, Spaans, Georgisch, want meertalig taalplezier staat voorop. Bijvoorbeeld, in deze video maakt een kleuter haar eigen infoboek over een zaadje. Samen met de leerkracht formuleert ze hierbij zinnetjes in de twee talen die ze leert. Zo weet de kleuter straks wat vertellen als ze het infoboek mee naar huis neemt.

5 Taalplezier met woordeloze prentenboeken

Tegenwoordig zijn er echte pareltjes op de markt.

Kom-uit-die-kraanvliegopdegrotehond

Volgens leesbevorderaar Daniëlle Daniels bieden dergelijke woordeloze prentenboeken heel wat taalkansen voor kinderen met een taalachterstand voor het Nederlands. In een kleine groep kunnen ze onder begeleiding van de leerkracht samen op zoek naar het verhaal achter de prenten. Dat is niet alleen leren verwoorden, maar ook leren kijken en redeneren. Wanneer je deze leesactiviteit voorbereidt, zal je ongetwijfeld in het boek verschillende verrassingen ontdekken die de illustrator verborgen heeft.

Misschien hebben dergelijke woordeloze prentenboeken wel de voordelen van praatplaten én prentenboeken. Praatplaten doen praten, maar dat gebeurt vaak op een lager denkniveau. Prentenboeken leiden tot vragen op een hoger denkniveau, maar bieden alles samen genomen minder spreekkansen dan praatplaten (de la Rie et al., 2015).

6 Naast de taalkloof is er ook een kenniskloof

Kansarme kleuters hebben vaak een beperkte wereldkennis, zo bleek uit recent Amerikaans onderzoek (Morgan et al., 2016). Kleuters uit een kansarm gezin hebben in 65% van de gevallen een kleine wereldkennis,  terwijl dat percentage slechts 10% bedraagt voor kleuters uit kansrijke gezinnen. De volgende factoren bleken belangrijk:

  • de SES van het gezin (socio-economische klasse)
  • de cultureel-etnische groep
  • de thuistaal van de kleuters: kleuters die thuis de schooltaal niet spreken, lopen meer risico

Jammer genoeg blijft deze kloof vrij stabiel als de kinderen ouder worden, zoals blijkt uit wetenschapstests op 8-, 10- en 13-jarige leeftijd. De Amerikaanse onderzoekers roepen op om al op kleuterleeftijd sterk in te zetten op wereldoriëntatie en wetenschap.

Volgens mij is dit onderzoek ook belangrijk voor het taalbeleid op school. Zoals Anouk Vanherf in haar laatste blog schreef, ga je beter voor een rijke taal met een uitdagende woordenschat omdat je zo tegelijkertijd de wereldkennis van de kleuters uitbreidt.

Wetenschappelijke bronnen

  • Arthur, A. M., & Davis, D. L. (2015). A Pilot Study of the Impact of Double-Dose Robust Vocabulary Instruction on Children’s Vocabulary Growth. Journal of Research on Educational Effectiveness, (just-accepted), 00-00.
  • Bowne, J. B., Yoshikawa, H., & Snow, C. E. (2016). Experimental impacts of a teacher professional development program in early childhood on explicit vocabulary instruction across the curriculum. Early Childhood Research Quarterly34, 27-39.
  • de la Rie, S. van Steensel, R., van Gelderen, A., & Severiens, S. (2015). Ouder-kindinteractie bij verschillende typen activiteiten en de rol van sociaal-economische status. Presentatie op de Onderwijs Research Dagen te Leiden.
  • Morgan, P.L., G. Farkas, M. M. Hillemeier, S. Maczuga. (2016). Science Achievement Gaps Begin Very Early, Persist, and Are Largely Explained by Modifiable Factors. Educational Researcher, 45: 18-35.
  • Neuman, S.B. & Wright, T. (2013). All about words. Teachers College Press.
  • Pollard-Durodola, S. D., Gonzalez, J. E., Simmons, D. C., Davis, M. J., Simmons, L., & Nava-Walichowski, M. (2011). Using Knowledge Networks to Develop Preschoolers’ Content Vocabulary. Reading Teacher, 65(4), 265-274.
  • Toumpaniari, K., Loyens, S., Mavilidi, M. F., & Paas, F. (2015). Preschool children’s foreign language vocabulary learning by embodying words through physical activity and gesturing. Educational Psychology Review27(3), 445-456.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s