Informeel leren is in. Wat betekent het voor de kleuterklas?

“Wat was je sterkste leerervaring ooit?”
“Toen ik klein was, met mijn nonkels elektriciteit gaan leggen.”

Mijn schoonbroer is niet de pedagoog van de familie, maar zonder het te weten illustreerde hij enkele belangrijke leertheoretische inzichten. Zijn voorbeeld toont aan dat er drie dimensies aan het leren zijn (Illeris, 2009). Bij elk leren is er naast een wat dat geleerd wordt ook altijd een persoon die leert en een context. Technische kwesties als de minimale dikte van een elektriciteitskabel voor een klassiek stopcontact in een living, dat was iets wat de kleine jongen van 10 jaar wou weten. Hij vond het niet alleen interessant als weetje, hij wou ook vatten wat er zou gebeuren als de draad dunner was en waarom er niet standaard voor een draad gekozen werd die enkele millimeter dikker was. De wat en de wie matchten. Maar ook de context zat goed. Zijn nonkels waren referentiepersonen voor hem, mannen met handen aan hun lijf en verstand in hun kop; de huizen die ze renoveerden of bouwden waren die van familieleden die ze allemaal kenden. Hij MOCHT meewerken en iedereen was dankbaar omdat hij dat WOU doen. Van een krachtige leeromgeving en leermotivatie gesproken.

De turbomotor van het informeel leren
Deze prille leerervaring leert ons ook hoe sterk informeel leren wel is. Zijn nonkels hebben hem geen les of onderricht gegeven. Ze hebben hem laten kijken, laten meedoen en zullen hem af en toe iets gedemonstreerd hebben. “Kijk jongen, die geelgroene draad is de aarding.” Gegarandeerd hebben ze ook vragen beantwoord, hem gevraagd en ongevraagd feedback gegeven op de manier waarop hij een schroevendraaier hanteerde en hem onder zijn voeten gegeven als hij slordig werk afleverde. Ze hebben als het ware een situatie gecreëerd die hem tot leren verleidde in plaats van hem tot leren te duwen. Hij heeft gaandeweg meer ontdekt en vrij bijgeleerd op het moment dat het voor hem nodig was, niet wanneer zijn lesgevers het op zijn curriculum zagen staan.
Naast zijn talenten leerde die jongen op die werven ook zichzelf kennen. In lijn daarmee is hij industrieel ingenieur geworden.

Het nieuwe leren lijkt verdacht sterk op het oude en vertrouwde leren van kleuters
Informeel leren staat dicht bij hoe kleuters leren. Learning in disguise noemt Cross het, leren vermomd in experimenteren en ontdekken. Hij ziet het als een natuurlijk gegeven, maar in zijn boek Informal learning krijg je sterk de indruk dat het leren van kleuters perfect in het grotere informeel leren plaatje past en dat informeel leren eigen is aan onze soort.
Simon Beausaert, een Vlaamse prof aan de Universiteit van Louvain-La-Neuve, beweert niet alleen dat informeel leren natuurlijk aanvoelt, hij staaft met onderzoeksgegevens dat de inzetbaarheid van professionals er veel meer door toeneemt dan via extra formeel onderwijs of trainingssessies.

Informeel, ja maar
De verleiding is groot om dan maar meteen de denkbeeldige lijn naar de kleuters door te trekken en te concluderen dat kleuters ook het best en het meest leren als we ze met rust laten met hun speelgoed. Ze zullen de wereld om zich heen wel uit zichzelf ontdekken. Nee, goede kleuteronderwijzers zijn broodnodig. Het leuke is dat we daar impliciet in Jay Cross’ boek argumenten voor vinden.

1 de waarde van conversatie
Hij stelt dat menselijke conversatie wellicht het sterkste leermiddel is dat er bestaat. In gesprekken doen we veel meer dan feiten uitwisselen. In dialoog ontstaat een nieuwe kijk, komen we tot nieuwe ideeën.
Maar het soort gesprekken waar hij het over heeft zijn vast geen dialoogjes met andere kleuters in een speelwerkplek. Die doen zelden nieuwe perspectieven op de werkelijkheid ontstaan, al was het maar omdat de taal van de kleuters daar nog niet rijk genoeg voor is. Een goede begeleiding van een leerkracht die aansluit bij de beginsituatie van de kleuter gecombineerd met een ervaringsgerichte dialoog kunnen dat wel.

2 een leergemeenschap
Professionals leren enorm veel in communities of practice, mensen die hetzelfde beroep uitoefenen en met wie ze informele contacten hebben, ook buiten hun werk. Lees het als een soort moderne gilden, groepen die trots zijn een beroep uit te oefenen dat hen identiteit verleent, groepen die een zelfde gespecialiseerd tijdschrift lezen en erover discussiëren in bepaalde cafés. Door met andere chefs rond te hangen en te horen welke nieuwe smakencombinaties zij in zalfjes op de borden van hun klanten smeren, verrijken de jonge snaak en de oude rot zichzelf als chef-kok. Maar die community of practice is niet vergelijkbaar met die van de lerende kleuters in de klas.
Kleuters vormen zo geen homogene groep met een heel bijzondere identiteit. Diversiteit in talent en interesse is eigen aan elke klas. De een doet niet liever dan driedimensionaal bouwen en is er verrassend goed in, terwijl de ander talige rollenspelen aaneenrijgt. Een voor een zullen deze kinderen sneller vooruitgaan in datgene wat hen fascineert als ze op hun eigen niveau uitgedaagd worden door de leerkracht dan door informeel te leren van vriendjes.

Informeel, toch wel
Terwijl ik schrijf dat kleuters nooit de volle rijkdom van informeel leren kunnen ervaren, moet een goede juf wel degelijk een krachtige sociaal leermotor opstarten in haar klas.
Kleuters kunnen op tal van domeinen van elkaar leren. Ze zullen vaak spontaan kijken naar een ander die iets kan dat zij nog niet kunnen, zoals een winkel(hoek) uitbaten. De leerkracht kan dit stimuleren door uitwisselingsmomenten te plannen, bv. bij een nabespreking van hoekenwerk een kleuter laten tonen hoe hij zijn driedimensionale boerderij gebouwd heeft.
Daar waar de leerkracht een rotsvast geloof uitstraalt in de leer-kracht van alle kinderen, kan de klas collectief de identiteit van goeie leerders oppikken. Hun community of practice is dan die van de straffe leerklas.
Zo’n klas moddert niet maar wat aan. De omgeving is er rijk. Er zijn interessante en open mensen die met elkaar communiceren en delen. Het is een groep kleuters onder elkaar en een leraar die die omgeving creëert en met hen in interactie treedt. Een leraar zoals jij?

Meer lezen:
Cross, J. (2007) Informal learning. Pfeiffer.
Illeris, K. (2009) Contemporary Theories of Learning. Routledge

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s