Klein, klein kleutertje, wat doe je in mijn hof?

De eerste zomerzon. Wie houdt er niet van? Ook bij de kleuters gaat dit gepaard met een aantal aanpassingen: “Maar ik heb geen jas mee, juf!”, “Kijk eens naar mijn nieuwe sandalen.”, “ Hmm, aardbeien in mijn fruitpotje.” enz.

Als ik dieper inga op waar de aardbeien vandaan komen, dan krijg ik de meest verscheiden antwoorden van het groeien aan de bomen of planten tot het uittrekken zoals een wortel. Het signaal voor mij om met de kleuters de tuin in te trekken.

Laat ik het niet hebben over het ‘hoe’ zoals de plek, de meststof, het gereedschap, de stappenplannen … maar over de verschillende ontwikkelingsniveaus:

 

Tuinieren = gezonde voeding

Uit onderzoek van zowel Ozer (2007) als Waters (2008) blijkt dat kinderen een positieve houding ontwikkelen tegenover vers voedsel als zij dat zelf hebben gekweekt en dat via deze weg ook ouders worden beïnvloed.

Een aantal voorbeelden:

  • bezoeken en verzorgen van de schooltuin na schooluren door ouders en kinderen
  • verkopen van de oogst van de schooltuin aan ouders
  • organiseren van een kookworkshop met de groenten uit de schooltuin
  • uitnodigen van ouders op zaai- en oogstfeesten.

 

Tuinieren = natuurbeleving

Tuinieren leert kleuters niet alleen omgaan met de planten, de smaken en het gereedschap maar vooral met de levens- en kringloopprocessen. Het effect van het eigen handelen op de groei en bloei van de planten is volgens Kaplan & Kaplan (1989) een grote bewustwording bij het tuinieren en daarbij ook het leren loslaten van condities die je niet in de hand hebt (onvoorspelbare weer of gedragingen van planten).

Ook de seizoenen komen uitgebreid aan bod gezien deze gekoppeld zijn aan noodzakelijke handelingen die voor planten min of meer vastliggen.

 

Tuinieren = spirituele ontwikkeling

Wie tuiniert, voelt zich verbonden met de natuur en komt vaker tot een dieper besef van de grotere gehelen waar we deel van uitmaken. Cooper (2006) onderzocht op welke manier tuinieren tot de spirituele ontwikkeling bijdraagt:

  • Je ervaart in de tuin meer met je handen dan met je hoofd: sommige gebeurtenissen blijven mysterieus.
  • Je ervaart een co-creatie van jouw handelingen en de natuur: je voelt je een soort schepper.
  • Je bent je bewust van het ‘hier en nu’.
  • Je viert belangrijke gebeurtenissen in de tuin met bijhorende rituelen.

 

 

De tuin is een plaats voor spel en onderzoek, voor het nemen van verantwoorde risico’s, voor het ontwikkelen van relaties, voor het ontwikkelen van een dieper besef. Of het nu een plantenbak in de klas is of een uitgebreide schooltuin, door te tuinieren ontwikkelen onze kleuters op verschillende niveaus.

In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten lopen er campagnes om van de tuin een leermiddel en krachtige leeromgeving te maken: “Learning bij gardening”.

En bij ons? Hoe en waar tuinieren jullie met de kleuters?

 

 

Bronnen:

Ozer, E.J. (2007). The effect of school gardens on students and schools. Health Education and behavior, 36 (6), p846-863

Waters, A. (2008). The edible schoolyard: a universal idea. Berkley Chronicle.

Kaplan, R. & Kaplan, S. (1989). The experience of Nature. A psychological Perspective. Cambridge: Cambridge University Press.

Cooper, D.E. (2006). A philosophy of gardens. Oxford: Clarendon Press.

 

Meer lezen & Aan de slag:

http://www.onzeschooltuin.nl/

http://www.urbansprouts.org/

http://www.kidsgardening.org/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s