Zin en onzin van aansluiten bij de leefwereld en het gevaar van thema’s die in elk kleuterjaar weerkeren

Ze moet meer aansluiten bij de leefwereld van de kleuters, is een kritiek die ik vaak hoor over stagiairs. Soms is die opmerking terecht, vaak niet en wel hierom.

 

Aansluiten bij de leefwereld van kinderen is onzin

Ik verwacht dat leerkrachten kinderen nieuwe dingen leren, niet dat ze kinderen laten kennismaken met wat ze al kennen. Als een kind vaak op straat speelt en nooit in een museum of een bos komt, moet je die nieuwe onbekende werelden leren kennen, niet de vertrouwde. Dat is kansen geven, dat is kinderen emanciperen. Eigenlijk is dat vanzelfsprekend of het zou dat moeten zijn.

 

Aansluiten bij de leefwereld van kinderen is toch geen onzin

Het hangt er van af hoe je het bekijkt. Je kan aansluiten bij de leefwereld als opstapje voor de kinderen om hoger te reiken. In dat geval is wat een kind al onder de knie heeft en vertrouwd mee is, niet meer dan een veilige vertrekbasis. De leerkracht past juist een didactisch principe toe. Hij activeert de voorkennis door aan te sluiten bij de beginsituatie om vervolgens het beheersingsniveau te verhogen. De zone van naaste ontwikkeling ligt niet onder hun huidige peil maar erboven.

 

Blijf niet steken

We moeten dus én het beheersingsniveau verhogen én de bekende wereld van de kinderen vergroten. Bij deze trek ik mijn stoute schoenen aan. Ik geloof niet dat een schoolteam dat jaarlijks meer dan vijf thema’s in alle klassen laat weerkeren kan beweren dat die aanpak loont. Het argument van de cyclische verdieping klinkt goed, maar ik vrees dat het al te vaak de verveling van de herhaling en de beperkte leerwinst moet verbloemen. Kinderen kunnen misschien na verloop van tijd sneller uitvoeren wat ze al konden of opzeggen wat ze al kenden, maar vlotheid is niet voor alles het ultieme leercriterium.

 

Vertrekken vanuit de interesses van de kleuters

De parallel tussen aansluiten bij de leefwereld en vertrekken vanuit de interesse van de kleuters is gauw getrokken. Wat hen interesseert kennen ze vaak al en onderwijs hoort mensen in de eerste plaats te boeien voor wat ze nog niet kennen. Een Amerikaanse bekende van mij leerde analfabete boeren in het Zuiden lezen. Zij zei vaak:  “boeren willen niet leren lezen aan de hand van tekstjes over geiten die gras eten.” Boeren weten wat geiten eten. Ze willen andere dingen lezen, tijdens de alfabetisering en daarna. Ze willen leesstof waar ze iets aan hebben. Ook kinderen willen iets nieuw leren. Ze willen leren.

 

Doe de geit-eet-gras test voor jezelf

  1. Slagen wij er als team in om met onze vertrouwde thema’s die in alle klassen weerkeren essentiële generieke vaardigheden te oefenen en op een hoger peil te brengen? Bv. Horen we kinderen dan wel in zinnen spreken terwijl ze daar niet toe komen als ze minder vertrouwde woorden moeten ordenen?
  2. Streven we effectief hogere leerdoelen na bij de oudere kleuters dan bij de jongere met alle weerkerende thema’s, en bereiken we die ook met iedereen? Verbreden of verdiepen de leerinhouden echt over de klassen heen?
  3. Krikken onze klassieke thema’s het zelfvertrouwen op van die kleuters die er nood aan hebben en zorgt het voor extra vertrouwen in ons als leercoaches? Leggen we zo de basis om vooraf bepaalde ambitieuze langetermijndoelen te bereiken?

confidence

Zeggen jij en je collega’s drie keer ja, doe het dan maar, zou ik zeggen. Doordacht en met mate.

Stel je dezelfde vragen als je vaak vanuit interesse van de kleuters werkt. Wie dat net doet om de sleur van de vaste thema’s te doorbreken, verdient krediet. Maar meer is nodig. Ga voor drie maal ja.

 

Meer lezen:

Doorgaans zijn het buitenbeentjes als de conservatieve denker Theodore Dalrymple of de kritische socioloog Frank Furedi die publiek betwijfelen of onze leerkrachten op alle onderwijsniveaus de wereld van hun leerlingen wel verruimen. Het meest lezenswaardige boek daarover vind ik het volgende.

Furedi, Frank. (2006) Waar zijn de intellectuelen? Meulenhoff.

5 gedachtes over “Zin en onzin van aansluiten bij de leefwereld en het gevaar van thema’s die in elk kleuterjaar weerkeren

  1. Het heeft in deze discussie zin om een verschil te maken tussen het (oorspronkelijke, ontwikkelingspsychologische) begrip ‘belevingswereld’ aan de ene, en het (populariserende) leefwereld aan de andere kant. Zie hiervoor ook mijn recente blog ‘beleefwereld’ http://alderikvisser.blogspot.nl/2016/05/beleefwereld.html

    Fueredi is een teleurgestelde ex-communist met conservatief-elitaire reflexen – een soort kruising tussen Ad Verbrugge en Pim Fortuyn. Het is goed bij lezing van zijn goed geschreven boeken dit sentiment erachter te voelen…

    Like

  2. De doelstelling van het onderwijs is inderdaad om jongeren in de gelegenheid te stellen om dat deel van de wereld te leren kennen dat men nog niet kent. Het onderwijs heeft de plicht om de wereld te tonen aan de volgende generatie.

    “And education, too, is where we decide whether we love our children enough not to expel them from our world and leave them to their own devices, nor to strike from their hands their chance of undertaking something new, something unforeseen by us, but to prepare them in advance for the task of renewing a common world.”
    Hannah Arendt

    Voordat de school bestond (en we mogen niet vergeten dat vaak onze ouders of grootouders maar tot 14 jaar naar school mochten) moest je gewoon gaan werken. Op die manier bleef je in je leefwereld steken en mocht je niet delen in nieuwe kennis en inzichten. Je had geen kans om de wereld te vernieuwen. De school is het krachtigste sociale wapen (Heeft Nelson Mandela niet iets in die zin gezegd?). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de school langs alle kanten wordt aangevallen. Men tracht de school voor zijn ‘kar’ te spannen bv. door er een talentenjacht van te maken in dienst van een economische logica. Op die manier dient de school zich op te heffen zodat iedereen terug op de werkplek kan leren (zo heb je geen kans meer om de echte ‘grammatica’ van de dingen te leren want daar is op de werkplek geen tijd voor)..
    Jan Masschelein en Maarten Simons gaan in hun ‘verweerschrift’ ‘Apologie van de School’ in op de moderne aanvallen op de school: zie https://ppw.kuleuven.be/ecs/onderwijs/klassiekers/boekpaginas/apologie .
    Of die bedenkingen nu vanuit communistische dan wel uit conservatieve hoek komen, het zou best zijn om ernaar te luisteren. Zelf heb deze gedachten op een vergadering ook al wel eens geuit. En inderdaad sommige mensen catalogeren je dan als communist of als conservatief, wat hen dan het perfecte alibi geeft om niet meer te moeten luisteren en over te gaan tot de orde van de dag. Onderwijs creëert net de ruimte en tijd om te blijven nadenken. Dank Johan voor je inspirerende bijdrage.

    Like

  3. Nog een reactie uit Nederland (daar heb je die Hollanders, altijd wat op te merken;-)).
    1. Theodore Dalrymple is een gefrustreerde Engelse gevangenispsychiater die onder valse naam (hij heet helemaal niet zo) zijn geschriften de wereld in stuurt. Denker lijkt me teveel eer. Bart de Wever ontleent zijn gedachtengoed aan dat van Theodore Dalrymple. Dat is in het kort: de lagere klasse heeft haar ellende te danken aan haar eigen luiheid, domheid en achterlijkheid. Eigen schuld, dikke bult, dan moet je maar een voorbeeld nemen aan de ‘hardwerkende Vlaming’ (of Brit, of Nederlander). De door mij zeer gewaardeerde echte denker Paul Verhaeghe (Belg) veegt op heldere wijze de vloer met hem aan. Als je begaan bent met de emancipatie van achterstandskinderen is Theodore Dalrymple wel het laatste wat je moet lezen.
    2. Ja, kinderen horen nieuwe dingen te leren, en niet wat ze al kennen. En juist bij achterstandskinderen geldt: dat moet op school gebeuren, want thuis leren ze het niet. Ik heb dus ook mijn grote twijfels bij het ‘meebewegen’ met de kleuters zoals Kris Van den Branden dat voorstaat.
    3. Thematisch werken is zeer zinvol (en niet alleen bij kleuters). Een (goed) thema is een verhaal, en mensen onthouden kennis nu eenmaal beter als het in een verhaal wordt gepresenteerd, dan als losse feiten.
    4. Of dat nu vijf of twaalf thema’s per jaar zijn, doet niet ter zake. Thema’s moeten goed in elkaar zitten, met een kop en een staart, een spanningsboog en een logische volgorde in activiteiten waarbij de volgende dag of activiteit ‘vanzelfsprekend’ voortvloeit uit de vorige dag of activiteit.

    Hartelijke groet, Alois Ruitenbeek

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s