Onderzoekend spel in de kleuterklas stimuleren

In het bos wil Bram een afgevallen tak aan een boom ‘teruggeven’. Dat doet hij door de tak stevig tegen de stam te drukken. Als de tak toch valt, raapt hij hem terug op en probeert het opnieuw: hij verandert de positie, bestudeert het uiteinde van de tak, drukt wat harder…

Er zijn 1001 manieren om naar het spel van kinderen te kijken. Je kan genieten, observeren,… maar ook bestuderen om er zaken uit te leren.

Onderzoekster Tessa Van Schijndel observeerde het spelgedrag van kinderen en stelde vast dat kinderen geregeld exploratief spel lieten zien (Van Schijndel et al.., 2010). Dat ze als mini-wetenschappers experimenteel onderzoek uitvoeren en dus van nature uit bezig zijn met wetenschap en techniek. Kinderen onderzoeken de omgeving door dingen te manipuleren, die manipulatie te herhalen met variaties, en aandacht te hebben voor de uitkomst (Van Schijndel et al., 2010; 2016). Zo ontdekt een peuter door met een bal te spelen, dat die anders stuitert op de stenen dan op het gras. Dankzij het magnetische treinstel ontdekt de kleuter de beginselen van magnetisme. Zó kan de wagon aan de locomotief maar als ik die wagon omkeer, dan lukt het niet meer.

Explorerend spel stimuleren

Jonge kinderen zijn niet alleen geïnteresseerd in wetenschap en technologie, ze bezitten ook al voldoende domeinspecifieke kennis om de wereld om hen heen aan verder onderzoek te onderwerpen. Willen we kleuters echter een stap verder brengen in hun ontwikkeling , dan is het belangrijk om explorerend gedrag te stimuleren. Het gaat er daarbij niet zo zeer om of de kinderen de fysische wereld in al zijn facetten begrijpen, maar wel of ze in staat zijn om zelf op onderzoek te gaan.

De rol van de kleuteronderwijzer

Moet de kleuteronderwijzer kleuters dan gewoon maar laten begaan? Neen! Uiteraard zorg je in eerste instantie voor een rijke en krachtige leeromgeving waarin actieve manipulatie, herhaling, variatie en differentiatie centraal staan. Maar ook tijdens het spel wacht jou een belangrijke rol.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat begeleiding door volwassenen tijdens het spel onmisbaar is voor jonge kinderen. Het helpt om de aandacht te richten en om het spel te structureren. In de kleutertijd zijn de executieve functies immers nog volop in ontwikkeling.

Maar hoe kan je als volwassene het spel van jonge kinderen stimuleren? We zetten enkele tips op een rijtje:

  • Zorg voor tegenstrijdige en ambigue voorbeelden (Van Schijndel et al., 2015). Het zien van een voorbeeld dat ingaat tegen de (naïeve) theorie van kinderen beïnvloedt het spel: het daagt kleuters uit meer geavanceerd onderzoek uit te voeren, waardoor ze voor een langere tijd verdiept zijn in het onderwerp. Hetzelfde geldt voor een voorbeeld dat de voorkennis van de kleuters in vraag stelt.

Zo zijn kleuters er vaak van overtuigd dat iets zinkt omdat het zwaar is. Bij het spoelen van het fruit, merkt een kleuter verwonderd op dat de frambozen blijven drijven in de kom water. De juf vraagt zich luidop af wat een appel zou doen: drijven of zinken? Met een zwier gooit de kleuter een appel in het water en…. hij drijft! En de blauwe bes? Die zinkt! Dat kan toch niet? Dat vraagt om meer onderzoek!

  • Wanneer je als volwassene kenmerken of effecten van het spel beschrijft, gaat dat samen met dieper spel bij de kleuters (Van Schijndel & Raijmakers, 2016). De beschrijvingen helpen de kinderen wellicht hun aandacht te richten, waardoor kinderen getriggerd zijn verder te onderzoeken. Wek je op de één of andere manier ook nog de suggestie op dat er meer te ontdekken valt, dan zijn kinderen opnieuw vertrokken voor een volgende onderzoeksronde (Bonawitz et al., 2011)!

Binnen het B.C. ‘Vliegen’ onderzoeken kleuters welke voorwerpen het verst vliegen. De leerkracht kan hierbij beschrijven van welk materiaal iets gemaakt is (Hee, kijk! Dit is van karton gemaakt en vliegt tot hier!), welke vorm het voorwerp heeft (Zie je, dit lijkt wel een vleugel!), welke gewicht iets heeft (Die lijkt wel te zwaar om te kunnen vliegen…), de kracht waarmee de beweging in gang wordt gezet (Net gooide je even hard en vloog dat andere vliegtuig toch verder!), …

Opmerkelijk is dat vragen stellen, oorzaak-gevolgrelaties uitleggen en aanwijzingen geven, niet samenhangen met het niveau van onderzoekend spel van de kinderen.

  • Geef meerdere representatieve voorbeelden (Bonawitz et al., 2011). Kleuters gaan er immers van uit dat volwassenen dat doen en gaan op basis hiervan verder op onderzoek.

Als je drie dennen toont, zullen kleuters minder geneigd zijn het begrip ‘bomen’ verder te verkennen dan als je naast een den ook andere naaldboom en een loofboom toont.

Begeleiding tijdens het onderzoekend spel is onmisbaar voor jonge kinderen, maar het is ook een proces dat ouders en leerkrachten voor een grote uitdaging stelt… Durf jij het aan?

 

Leen De Zutter en Dorien Van Rentergem, juni 2016

 

 

Bronnen:

Van Schijndel, T. J. P. Stimuleer onderzoekend spelen! (2015). Het Jonge Kind, 43(4),12-15.

Nederlandse samenvatting van proefschrift: A developmental psychology perspective on preschool science learning: Children’s exploratory play, naïve theories, and causal learning

Tessa J. P. van Schijndel, 2012

Kleuters aan zet; een voorstudie voor Science Center NEMO (2009). Universiteit van Amsterdam

Bonawitz, E., Shafto, P., Gweon, H., Goodman, N. D., Spelke, E., & Schulz, L. (2011). The double-edged sword of pedagogy: Instruction limits spontaneous exploration and discovery. Cognition, 120(3), 322-330.

De Jong, T. & Koppenhagen, O. (2008). Maartje Raijmakers: Onderzoekend leren stimuleert bèta-denken. Develop. Kwartaaltijdschrift over human resources development, 4 (2), 20-23.

Van Schijndel, T. J. P., Franse, R. K., and Raijmakers, M. E. J. (2010). The Exploratory Behavior Scale: Assessing young visitors’ hands-on behavior in science museums. Science Education, 94, 794–809.

Van Schijndel, T. J. P., Visser, I., Van Bers, B. M. C. W., & Raijmakers, M. E. J. (2015). Preschoolers perform more informative experiments after observing conflicting evidence. Journal of experimental Child Psychology, 131, 104-119.

Van Schijndel, T. J. P., & Raijmakers, M. E. J. (2016). Parent explanation and preschoolers’ exploratory behavior and learning in a shadow exhibition. Science Education, 100(1), 153-178.

 

4 gedachtes over “Onderzoekend spel in de kleuterklas stimuleren

  1. Beste,

    Ik studeer kleuteronderwijs en het stimuleren van het onderzoekend spel lijkt me dicht aan te sluiten bij de principes van MISC. Kan het dat dit grotendeels op deze principes gebaseerd is?

    Alvast bedankt,
    Zoë Lintermans

    Like

  2. Beste,

    Een zeer interessant artikel! Onderzoekend spel is voor de jongste een heel belangrijke factor. Maar wij als KO moeten hier zo goed mogelijk proberen in mee te gaan en hun spel meer proberen te verrijken/structureren. Een niet zo makkelijke opdracht als je het mij vraagt. De tips die u meegeeft ga ik zeker onthouden en toepassen in verdere kansen die mij worden aangeboden.

    Mvg,
    Felia Goovaerts

    Like

  3. Beste,

    Binnenkort loop ik voor het eerst stage bij de peuters, dit is dus eerst een beetje wennen. Dit artikel heeft mij al veel wijzer gemaakt, al lijkt het me niet altijd even gemakkelijk om voor dit explorerend spel te zorgen. Ik zal de tips die je hier meegeeft zeker meenemen naar deze praktijk.

    Mvg,
    Chloe Lemmens

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s