Hoor je de klank /s/ in Ssssssssssint? Vijf praktische tips uit onderzoek om met vierjarigen aan klankbewustzijn te werken.

Sinterklaas is weer in het land. Dit is een ideale gelegenheid om in de tweede kleuterklas of groep 1 de eerste stappen te zetten richting klankbewustzijn. Op dit moment zijn de kleuters in de 2de kleuterklas (bijna) vier jaar, een leeftijd waarop stimulering van het klankbewustzijn volgens onderzoek effect kan hebben. Hoe stimuleer je nu het klankbewustzijn op een effectieve, en toch speelse wijze? Ik zet vijf praktische tips voor je op een rijtje:

 

Tip 1: Start met (eenvoudige) klankbewustzijnstaakjes in de tweede kleuterklas.

Onderzoek toont aan dat het stimuleren van het klankbewustzijn al een effect heeft bij kleuters uit de tweede kleuterklas (zie Buntinx & Vandensande, 2016). Ik ben van mening dat door al op jonge kleuterleeftijd met klankbewustzijn bezig te zijn, álle kinderen meer oefenkansen krijgen, ook kinderen met een risico op een latere leesachterstand. Op deze manier kunnen leesproblemen verminderd of voorkomen worden (Gillon, 2005; Lundberg et al., 2012).

Zeg, wie zie ik daar? Is dat wint op zijn paard? Euh, ik bedoel ‘Sint’ op zijn paard.

Het is aan te raden om te starten met eenvoudigere taakjes. Vierjarige kinderen kunnen bijvoorbeeld al klankverschillen leren horen in minimale woordparen, zoals ‘Sint’ en ‘wind’. Dit blijkt een voorspeller te zijn van de latere leesvaardigheid van kinderen (Van Goch, M, 2016). Daarnaast kan je met de kleuters een luisterspel spelen waarbij ze moeten horen of ze een bepaalde klank in een woord horen: hoor je de klank /s/ in Sint?

Moeilijkere taken en langere woorden in de derde kleuterklas

In de derde kleuterklas komen ook moeilijkere taken aan bod, zoals auditieve synthese (bv kan je raden wie ik ben? /p/-/ie/-/t/) en auditieve analyse (bv hoeveel klankjes hoor je in koek?) aan bod.

Uiteraard is het voor kinderen eenvoudiger om klankbewustzijnstaakjes uit te voeren met korte woordjes, zoals sok, dan met lange woorden, zoals Sinterklaas.

 

Tip 2: Zorg voor een speelse, functionele inkleding

Werken aan klankbewustzijn binnen het thema ‘Sint’ is dankbaar: de meeste kleuters vinden de Sint geweldig. Je kan de ‘schoolsere’ klankbewustzijnstaakjes speels en functioneel inkleden, waardoor de betrokkenheid van de kleuters hoog is. Zo kan je met de kinderen een verlanglijstje voor Sarah maken, die enkel spulletjes wilt die starten met een /s/ (bv snoep, speculaas, een cd, sokken, … ). Kleuters zullen ook met plezier de ‘klunspiet’ helpen bij het sorteren van het speelgoed volgens de beginklank: fruit, fietsjes en de dvd van Frozen horen in de zak voor Finn terwijl de Smartmax, de stempels en snoep in de zak voor Sophia moeten.

Tijl zegt vaak dat Kaatje Klank een pop is, dat ik dat ben die spreekt. Toch ging hij thuis zeggen: ‘Ik vraag me af wat Kaatje Klank zal zeggen van mijn ‘tRansfoRmeR’, met 3 R-en!’ (Juf Sofie, 2de kleuterklas)

Ook nadat de Sint weer met zijn stoomboot de terugweg naar Spanje heeft ingezet, kan je het klankbewustzijn op een speelse manier stimuleren. Bijvoorbeeld, de handpop ‘Kaatje Klank’ maakte in ons onderzoeksproject ‘Spreken verfijnen in de kleuterklas’ gedurende twaalf weken allerlei gekke avonturen mee, waardoor de kleuters erg betrokken waren en bleven tijdens de klankbewustzijnstaakjes. Een topper waren de anekdotes waarin Kaatje zich versprak door woorden te vervangen door een minimaal verschillend woord. Zo waren de kleuters toch wel verrast toen Kaatje zich verstopt had tussen de blootdozen omdat ze toch zo’n honger had. Of bedoelde Kaatje ‘brrrooddozen?’

 

Tip 3: Zorg in het begin voor veel leerkrachtondersteuning

Klankbewustzijn ontwikkelt zich vaak niet intuïtief, maar vergt onderwijs en oefening. Expliciete instructie en een goede ondersteuning van de leerkracht zijn hierbij belangrijk (Phillips et al., 2008).

Een voorbeeld van een sterk ondersteunde begeleiding bij een klankherkenningstaakje is de volgende:

  • Leerkracht:           Deze week is de lievelingsklank van Kaatje de klank /s/.
  • Leerkracht:           Laten we eens een hele lange /s/ voor Kaatje maken.
  • Kleuters:                sssssssssssssssssssssss
  • Leerkracht:           Goed zo!
  • Leerkracht:           Kijk naar mijn mond. Hoor je de klank /s/ in sint, ssss int?
  • Leerkracht:          Zeg maar mee: Ssintkaatje_sint
  • Kleuters:                Sssint
  • Leerkracht:           Hoor je de klank /ss/ in sint, sssss int?
  • Kleuters:                …. (3 seconden)
  • Leerkracht:           Ja, ik hoor /s/ in sss int. Iedereen: ssss int.

 

In dit voorbeeldje past de leerkracht enkele begeleidingstechnieken toe: de klank van de week wordt eerst onder de aandacht gezet én niet onbelangrijk, door de kleuters zelf in de mond genomen.

De leerkracht zorgt er eerst voor dat de aandacht van de kleuters naar haar mond gaat. Daarna benadrukt ze in haar instructie de gezochte klank door deze langer aan te houden. Vervolgens herhaalt ze haar instructie. In een volgende stap laat de leerkracht de kinderen het woord zelf uitspreken. Tot slot geeft de leerkracht zelf het goede antwoord, en fungeert dus als ‘model’ voor de kinderen.

Wanneer je als leerkracht opmerkt dat de kinderen de vaardigheid meer en meer onder de knie krijgen, verminder je de begeleiding door stapsgewijs een aantal technieken te laten wegvallen.

 

Tip 4: Las pre-teaching in voor risicokinderen

Uit de masterproef van Buntinx en Jana (2016) blijkt dat kinderen uit een laag opleidingsmilieu minder snel vorderingen maken tijdens klankbewustzijnstaakjes dan andere kinderen. Femke Rimbaut (2016) onderzocht in haar bachelorproef of preteaching een gunstig effect heeft op de prestaties van de kinderen uit een laag opleidingsmilieu. Door met deze kinderen de klassikale activiteit en instructie voor te bereiden in een klein (zorg)groepje, nemen deze kinderen als het ware een voorsprong op de grote groep. Tijdens de daaropvolgende klassikale activiteit is de kans groter dat deze kinderen de uitleg beter zullen begrijpen, actiever zullen meedoen en bijgevolg meer kans zullen hebben om succeservaringen op te doen.

 

Tip 5: Wees je ervan bewust dat niet elke klank in elke woordpositie even gemakkelijk te herkennen is

Wist je dat dezelfde klank /p/ moeilijker te herkennen is in poes dan in soep, maar het herkennen van dezelfde klank /s/ in soep en poes even moeilijk is? Onderzoek van De Graaff en collega’s (2011) wijst uit dat de soort klank en de positie van die klank in het woord de moeilijkheidsgraad van de herkenningstaak bepaalt. Zo zijn plofklanken, zoals /p/, /b/, /t/, /d/ en /k/ gemakkelijker te herkennen wanneer ze op het einde van een woord voorkomen. Wrijfklanken, zoals /s/, /z/, /f/, /v/, /g/ en /ch/ lijken dan weer in beide woordposities even gemakkelijk te herkennen.

De Graaf en collega’s raden aan om bij klankherkenningstaken te starten met het herkennen van klanken aan het woordbegin, en pas later aandacht te schenken aan klanken op het woordeinde. Als je werkt met klanken aan het woordbegin, dan is het aangeraden om niet te starten met plofklanken, zoals /p/ en /t/. Je kan starten met /s/ van Sint, maar ook met de klank /f/, /m/, /n/, /r/,of /l/. Als je werkt met klanken aan het woordeinde, dan start je best met wrijfklanken, zoals /s/ en /f/, en plofklanken, zoals /p/ en /t/. Andere medeklinkers, zoals /m/, /n/, /r/ en /l/ pak je best later aan.

Tot slot nodig ik je uit om deze praktische tips eens uit te proberen in jouw klaspraktijk, en ervaringen of vragen te delen.

 

Meer lezen?

Buntinx, J., & Vandensande, A. (2016). Het effect van klassikale interventie op het foneembewustzijn van kleuters uit de tweede kleuterklas. Masterproef, KU Leuven.cover-klankpakketten

Rimbaut F. (2016). Fonemisch bewustzijn bij kleuters: Kaatje Klank. Bachelorproef, Odisee Aalst.

Van Severen, & Feryn, S. (2016). Kaatje Klank. Een wetenschappelijk onderbouwde methode om klankbewustzijn en articulatie speels te stimuleren in de tweede kleuterklas/groep 1. VVL, Belsele. www.kaatjeklank.be of facebook/KaatjeKlank

Fonemisch Bewustzijn. Werkmap voor leerkrachten van groep 1 en 2 van de basisschool. (2002). Amersfoort: C.P.S.

Jansen, M. (2016). Kleine klankverschillen cruciaal bij leren lezen. http://www.nemokennislink.nl/publicaties/kleine-klankverschillen-cruciaal-bij-leren-lezen

 

Bronnen:

De Graaff, S., Hasselman, F., Verhoeven, L., & Bosman, A. M. T. (2011). Phonemic awareness in Dutch kindergartners: Effects of task, phoneme position, and phoneme class. Learning and Instruction, 21(1), 163–173. http://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2010.02.001

Gillon, G. T. (2005). Facilitating phoneme awareness development in 3- and 4-year-old children with speech impairment. Language, Speech, and Hearing Services in Schools, 36(4), 308–324. http://doi.org/10.1044/0161-1461(2005/031)

Lundberg, I., Larsman, P., & Strid, A. (2012). Development of phonological awareness during the preschool year: The influence of gender and socio-economic status. Reading and Writing, 25(2), 305–320. http://doi.org/10.1007/s11145-010-9269-4

McGee, L., & Ukrainetz, T. (2009).  Using scaffolding to teach phonemic awareness in preschool and kindergarten.  Reading Teacher, 62, 599-603.

Phillips, B. M., Clancy-Menchetti, J., & Lonigan, C. J. (2008). Successful Phonological Awareness Instruction With Preschool Children: Lessons From the Classroom. Topics in Early Childhood Special Education, 28(1), 3–17. http://doi.org/10.1177/0271121407313813.

 

 

3 gedachtes over “Hoor je de klank /s/ in Ssssssssssint? Vijf praktische tips uit onderzoek om met vierjarigen aan klankbewustzijn te werken.

  1. Vervolgonderzoek in het eerste leerjaar zou interessant zijn. Hebben de Kaatje Klank-kinderen, de kinderen die het fonemisch bewustzijn op speelse manier intenser geoefend hebben, minder problemen met leren lezen dan de kinderen uit de controlegroep? Ik geloof alvast dat dit verschil zal maken, zeker als Kaatje ook in de derde kleuterklas nog meespeelt.

    Like

  2. Mooie tips!

    Voor wie interesse heeft in dit onderzoek, gelijkaardige resultaten m.b.t. eigenschappen van klanken werden ook gepubliceerd met Vlaamse kleuters en kinderen van het eerste leerjaar (onderzoek van Geudens en collega’s).

    Zij rapporteerden dat tweeletterwoorden met ‘p’, ‘t’, ‘k’ vooraan veel moeilijker te segmenteren waren (auditieve analyse) dan tweeletterwoorden met diezelfde klanken achteraan. Dit komt omdat de klanken ‘p’,’t’ en ‘k’ vooraan veel meer samenhangen met de daaropvolgende klinker. Voor klanken als ‘f’ en ‘s’ was er veel minder verschil. Klanken als ‘m’, ‘n’, ‘l’, en ‘r’ leverden achteraan dan weer iets meer moeilijkheden op, omwille van de invloed van de voorafgaande klinker.

    Bijkomend advies uit dit onderzoek is dus dat je oefeningen rond fonemisch bewustzijn best start met KM-woorden om dan op te bouwen naar MKM-woorden. Je start ook best met tweeletterwoorden met ‘f’ en ‘s’ vooraan (bijvoorbeeld ‘fee’) en met ‘p’, ‘t’,’ k’ achteraan (bijvoorbeeld ‘aap’). Dit is een hulp voor kinderen om tot fonemisch bewustzijn te komen omdat ze in die transparante context zelf de klanken makkelijker kunnen horen. Hierbij kunnen ze de woordjes langzaam uitspreken, de klanken zelf ontdekken en vervolgens de overeenkomstige letters bekijken. Laat de kinderen ook ontdekken hoe een klank voelt. Zeker voor andertalige kleuters is dit van belang. Voor een sterke teken-klankkoppeling is het alzijdig verkennen van zowel de klank als de letter essentieel. Hoe je klanken kunt voelen, lees je in het artikel van Van Loosbroek en collega’s.

    Geudens, A. (2006). Phonological awareness and learning to read a first language: Controversies and new perspectives. In F. van de Graats, J. Kurvers, & M. Young-Scholten (Eds.), Low educational second languageand literacy acquisition (pp. 25-45). Utrecht: LOT.
    Geudens, A., & Sandra, D. (2003). Beyond implicit phonological knowledge: No sup­port for an onset-rime structure in children’s explicit phonological awareness. Journal of Memory and Language, 49, 157-182.149
    Geudens, A., Sandra, D., & Van den Broeck, W. (2004). Segmenting two-phoneme syl­lables: Developmental differences in relation with early reading skills. Brain and Lan­guage, 90, 338-352.
    Van Loosbroek, I, Geudens, A., Noé, M, & Van Kerckhove, E. (2016). Articuleren en voelen van klanken. Geraadpleegd op 26 november 2016, op file:///C:/Users/Eline/Downloads/vllkim-art-articulatie-klanken_digiregie%20(3).pdf.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s