Hoe inclusief is je boekenhoek?

Bij het binnenkomen in de klas rolt Jaro onmiddellijk met zijn rolstoel naar de boekenhoek waar hij alle boekjes in een mum van tijd verslindt. In die verhalen ziet hij vooral kinderen die goed kunnen klauteren, lopen en tikkertje spelen, zonder rolstoel.

Juf Hanne merkt dat Xiao erg veel nood heeft aan beweging. Dit is niet altijd evident door het kleine klaslokaal. Naast de vele bewegingstussendoortjes en geregelde buitenactiviteiten die de juf met de hele klas organiseert, wil juf Hanne dit ook bespreekbaar maken met haar klasgenootjes. Daarom leest ze voor uit het boekje ‘Klaas is anders’.

Steeds meer leerkrachten willen in het kader van een inclusieve klaspraktijk hun klasbibliotheek aanpakken. Ook wij gingen onlangs op zoek naar kwalitatieve inclusieve prentenboeken. Niet lang na de start van onze zoektocht viel onze mond open van verbazing. Er is een schrijnend gebrek aan (Vlaamse) prentenboeken waar personages met een beperking een actieve rol in spelen. Als een personage met een beperking dan wel een rol speelt in een prentenboek worden zij bovendien zelden op positieve of authentieke manier getoond (Prater & Dyches, 2008 in Rieger & McGrail, 2015). Dit is nochtans erg belangrijk. Kinderen leren namelijk hun omgeving en zichzelf beter begrijpen door middel van prentenboeken. De boeken die we aan onze kinderen tonen zouden dan ook een realistische weerspiegeling van de maatschappij moeten zijn.

Als kinderen met (of zonder) beperking stukjes van zichzelf herkennen in prentenboeken of rolmodellen zien, is dit positief voor zowel hun identiteitsontwikkeling als voor de sociale ontwikkeling (Matthews, 2009; Vandenbroeck, 2007). Kinderen krijgen het gevoel erbij te horen, waardoor hun gevoel van verbondenheid, zelfwaarde en begrip van anderen stijgt (Price, Ostrosky & Santos, 2016).

Daarnaast helpt het tonen van kinderen met een beperking in beeldmateriaal álle kinderen om een open attitude en positief gedrag tegenover diversiteit te ontwikkelen (Litvack et al., 2011 in Rieger & McGrail, 2015). Door diversiteit een volwaardige plek te geven, leren ze ‘anders zijn’ te zien als een normaal gegeven. Hierdoor kunnen stereotiepe beelden, gedachten, (veralge)meningen of overtuigingen doorprikt worden en kan er een open houding ontstaan tegenover het onbekende (Verley, 2010). Ook als er geen kinderen met een beperking in de klas zitten, is het in het voordeel van je kinderen om verhalen te vertellen en prentenboeken te tonen waar kinderen met een beperking een positieve, authentieke rol in spelen.

Welke vragen kunnen kleuterleerkrachten zich stellen bij het verzamelen of selecteren van inclusieve prentenboeken?

1. Hoe wordt er over het kind met een beperking gesproken?

Woorden als ‘gehandicapt’ of ‘speciaal’ zijn verouderd en doen geen recht aan de complexiteit van de persoonlijkheid van kinderen met een beperking. Door kinderen ‘speciaal’ te noemen geven we expliciet de boodschap mee dat ze geen ‘normaal’ deel uitmaken van de maatschappij. Door daarnaast kinderen met een verstandelijke beperking of syndroom van Down als ‘schattig’ te benoemen, versterkt men enkel bestaande stereotypes. Dat willen we natuurlijk in ieder geval vermijden.

Screen het prentenboek dus op woordenschat en pas deze aan tijdens het vertellen of laat het boek voor wat het is en zoek verder.

Let er ook op dat je als leerkracht in een eventuele nabespreking juiste en volledige informatie meegeeft, aangepast aan de leeftijd van het kind, over de beperking(en) en de hulpmiddelen die gebruikt of getoond worden in het boek (Ostroky et al., 2015).

2. Welke rol speelt het kind met een beperking?

Personages zonder beperking zijn in prentenboeken vaak probleemoplossers of leiders: ze maken nieuwe vrienden op school, overwinnen angsten of tonen wat ze kunnen. Kinderen met een beperking spelen bij voorkeur ook een dergelijke actieve rol in een prentenboek (Price, Otrosky, Santos, 2016). Wanneer het kind met een beperking steeds aan de zijlijn staat, insinueert dit, dat hij/zij de actieve rol niet kán innemen.

Emma lacht en zingt, is lief of stout, verlegen of boos. Ze kan schommelen, dansen met opa, zwemmen, zich verstoppen, spetteren in bad, paardrijden of roeien met mama. Kortom, Emma is een leuke kleuter zoals elke andere. Op de laatste bladzijde blijkt dat Emma in een rolstoel zit. (‘Kijk, dit is Emma’ van Ross, 2000)

lou

Uit: Lou gaat naar school, Amant 2016

Een goed alternatief zijn verhalen waarin kinderen of volwassenen met een beperking in bijrollen een volwaardige plek krijgen en zo doorheen het verhaal als normaal deel van de samenleving worden voorgesteld (Beckett, Ellison, Barrett & Shah, 2010). Een mooi voorbeeld hiervan vind je het prentenboek ‘Lou gaat naar school’ (Amant, 2016).

 

3. hoe wordt het kind met een beperking afgebeeld?

Hij/zij wordt bij voorkeur afgebeeld als een realistisch en multidimensionaal karakter. Naast het feit dat het kind een beperking heeft, heeft het kind ook vrienden en/of een gezin. Het kind kan plezier beleven en boos worden, hij/zij heeft hobby’s en interesses. Het kind wordt niet als zielig of (enkel) hulpbehoevend getoond (Beckett et al., 2010).

 

karelenzijnnieuwevriendje

Slegers, 2015

Er komt een nieuwe jongen bij Karel in de klas. Karel en Mick vinden elkaar meteen leuk. Samen eten ze fruit, spelen ze met de bal en maken ze een mooie tekening. Karel en Mick zijn na één dag vrienden!

 

Informatieve boekjes waarin de beperking wordt ‘uitgelegd’ kunnen hun functie hebben binnen een gezins- of klassituatie maar deze boekjes leggen vaak de nadruk op alles wat ‘anders’ is bij het kind met de beperking. Door enkel hier op te focussen benadruk je hoe verschillend iemand is en dreig je de mogelijkheden tot sociale cohesie te verliezen. Verschillen en problemen (al dan niet verbonden aan de beperking) mogen aan bod komen maar bij kwalitatieve inclusieve prentenboeken focust de auteur op gemeenschappelijkheden met de andere kinderen (Price, Ostrosky, Santos, 2016; Otrosky et al., 2015). Dat kan bijvoorbeeld getoond worden door kinderen met een beperking in beeld te brengen die activiteiten doen waar kinderen zonder beperking ook vaak plezier aan beleven.

opwieltjes

 

 

Het prentenboek ‘Het loopt op wieltjes’ (Geyskens, Hindryckx & Vosters, 2016) bespreekt bijvoorbeeld kort de rolstoel van Femke, waarna we even later ook zien hoe zij samen met andere kinderen tekent, lacht en verliefd wordt.

 

Dit is anders bij bijvoorbeeld ‘Lore’ (Nijssens, 2009).

Lore is een doof meisje en dat zorgt voor heel wat problemen: kinderen willen niet met haar spelen, ze begrijipt niet wat de juf wil zeggen en het verkeer is gevaarlijk. Pas als Lore een hoorapparaat krijgt zie je haar plezier beleven en vrienden maken.

Ondanks de goede bedoelingen van dit verhaal kunnen kinderen door soortgelijke verhalen onterecht het idee krijgen dat beperkingen problemen zijn die enkel opgelost kunnen worden door hulpmiddelen. Dit zal het zelfwaardegevoel van kinderen met een beperking niet doen stijgen maar ook inclusie niet bevorderen. Een beter idee is om Lore (al dan niet gebruikmakend van een hoorapparaat) voor te stellen als een kind dat naast het ervaren van bepaalde moeilijkheden ook gewoon plezier kan beleven en waarbij men in de omgeving bijvoorbeeld Vlaamse gebarentaal spreekt.

Kinderen met (en zonder) een beperking hebben verschillende karakters en persoonlijkheden. Kinderen met eenzelfde beperking lijken in het echte leven niet per definitie op elkaar. Om stereotypering te vermijden en een positieve identiteitsontwikkeling te vergroten, is het belangrijk om deze kinderen niet steeds als ‘lief’ of net ‘asociaal’ af te beelden. Kwalitatieve kinderboeken laten de verschillende eigenschappen van personages met een beperking aan bod komen: zowel negatieve karaktereigenschappen als hun mogelijkheden en sterktes. Als kinderen aangemoedigd worden om mogelijkheden te zien bij elkaar, creëert dit immers een milieu van aanvaarding en begrip (Price, Ostrosky & Santos, 2016).

Ten slotte:

Het is hoopgevend dat het steeds makkelijker wordt om boekjes te vinden waar diversiteit een vanzelfsprekende rol in krijgt. Zo zijn er steeds meer boekjes op de markt waarin personages met een andere (dan blanke) huidskleur een rol in spelen – met dank aan onder meer Studio Sesam. Ook boekjes met minder stereotiepe weergave van genderrollen vinden steeds meer ingang – dankzij onder meer Çavaria en Kathleen Amant. De volgende uitdaging is nu om ook méér werk te maken van prentenboeken waar specifiek mensen met een beperking een grappige, avontuurlijke of alledaagse rol in spelen. Hopelijk kunnen we, met de hulp van uitgeverijen en auteurs, binnenkort vaststellen dat het afbeelden van diversiteit in prentenboeken de regel wordt, in plaats van de uitzondering.

We nodigen jullie tot slot graag uit om voorbeelden te delen van prentenboeken die er volgens jullie in slagen om de dagelijkse diversiteit op een positieve manier in beeld te brengen. Ken jij nog boeken die onze inclusieve boekenhoek kunnen verrijken? We horen het graag!

Nick Ferbuyt & Eva Dierickx

Boekenhoektips / ons verlanglijstje:

Amant, K. (2016). Lou op weg naar school. Hasselt: Clavis.

Dewitte, J. (2011). Rare snuiters: Licht en liefde.

Geyskens, E., Hindryckx, T., & Vosters, C. (2016). Het loopt op wieltjes. Averbode: Averbode

Ross, T. (2000). Kijk, dit is Emma. Amsterdam: Sjaloom.

Slegers, L. (2015). Karel en zijn nieuwe vriendje. Hasselt: Clavis.

van Genechten, G. (1998). Rikki. Hasselt: Clavis.

Bronnen:

Amant, K. (2016). Lou op weg naar school. . Hasselt Clavis.

Beckett, A., Ellison, N., Barrett, S., & Shah, S. (2010). ‘Away with the fairies?’ Disability within primary‐age children’s literature. Disability & Society, 25(3), 373-386. doi:10.1080/09687591003701355

Geyskens, E., Hindryckx, T., & Vosters, C. (2016). Het loopt op wieltjes. Averbode: Averbode

Matthews, N. (2009). Contesting representations of disabled children in picture-books: visibility, the body and the social model of disability. Childrens Geographies, 7(1), 37-49. doi:10.1080/14733280802631005

Ostrosky, M., Mouzourou, C., Dorsey, E., Favazza, P. & Leboeuf, L. (2015). Pick a book, Any book: Using children’s books to support positive attitudes towards peers with dissabilities. Young exceptional children, 18(1), 30-42.

Price, C., Ostrosky, M. & Santos, R. (2016). Reflecting on books that include characters with disabilities, Young children, 71(2), 30-37.

Rieger, A., & McGrail, E. (2015). Exploring Children’s Literature With Authentic Representations of Disability. Kappa Delta Pi Record, 51(1), 18-23.

Vandenbroeck, M. (2007). De Blik van de Yeti. Over opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn. Amsterdam: SWP.

Verley, V. (2010). Wat hebben Goudlokje, kraaien, kartonnen dozen, … te maken met ‘omgaan met diversiteit’? Gent: Steunpunt Diversiteit & Leren.

 

 

Een gedachte over “Hoe inclusief is je boekenhoek?

  1. Ik vind ‘Echte vrienden’ van Salina Yoon uitgegeven bij Clavis een parel. Een gelaagd boek in beeldtaal.
    De hoofdpersoon in ‘Welke kleur heeft een zoen’ kleurt ook graag buiten de lijntjes.
    Twee boeken met heel veel verdiepingskansen.
    Genieten maar…

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s