Ze kwamen van ver.

December. Een maand met heel wat fijne momenten. Overal mooi versierde klassen, kleuters die verwachtingsvol uitkijken naar het bezoek van Sinterklaas. De kerstboom staat in de gang te wachten op zijn beurt. De fijnste tijd van het jaar… Maar in onze klas was dat dit jaar toch wel anders. In één week tijd moesten we afscheid nemen van twee van onze kleuters. Misschien moet ik eerst even teruggaan naar de maand mei.

Gekende beelden

Het is ondertussen niet nieuw meer, de stroom van vluchtelingen die alles moeten achterlaten in de hoop om hier een beter leven te kunnen opbouwen. Ook België engageert zich om een aantal vluchtelingen op te vangen, en op een aantal plaatsen worden centra ingericht waar deze mensen terecht kunnen. Eveneens in de gemeente waar onze school zich bevindt; en zo verwelkomt onze school in mei een tiental kinderen, waarvan een meisje in mijn derde kleuterklas, Zarmina.

Het is niet zo eenvoudig. Er is enerzijds de taalbarrière die het voor ons, de kleuters en de ouders moeilijker maakt om te communiceren; anderzijds is er ook de cultuurschok en wat ze hebben doorstaan voor ze hier geraakten. Waar komen deze kinderen vandaan, wat is voor hun vertrouwd en wat niet, en vooral: wat maakten ze mee? Hoe kunnen we ze op de juiste manier ondersteunen?

Een plekje vinden in de groep

Zarmina heeft het in het begin erg moeilijk: ze huilt heel hard en weigert om mee te gaan naar de klas. De moed zakt ons wat in de schoenen: zal het ons lukken om haar te doen wennen aan het leven in onze klas? Na een moeilijke week keert het tij zich: ze begint zich beter te voelen, begrijpt wat er in de klas allemaal gebeurt, lacht , zoekt contact met de juf en voorzichtig ook met de andere kleuters. En deze laatsten voelen zich betrokken bij dit alles, want mijn kleuters weten dat Zarmina uit oorlogsgebied komt en geen echt huis meer heeft. Ze zijn begaan met haar.

Aan het einde van het schooljaar komen we te weten dat het centrum in december zal sluiten en dat alle gezinnen dus zullen moeten verhuizen. Er wordt besloten dat Zarmina het schooljaar opnieuw in mijn klas zal starten, omdat we ondertussen inzien dat ze niet alleen kampt met de overgang naar het onderwijs in België, er zijn immers nog verscheidene dingen waarin ze nog veel extra ondersteuning nodig heeft. In mijn nieuwe klas kleuters zit er een jongen uit datzelfde centrum: hij is duidelijk al goed ingeburgerd in deze klas. Voor Zarmina is dit een nieuwe groep, en het is even zoeken om iedereen aan elkaar te laten wennen. Met de ondersteuning van een GON-juf begint alles beter te lopen. Zarmina pikt snel woorden op, en kan in november al zinnen maken en werkwoorden gebruiken. Ze speelt heel graag met inlegpuzzels, ze vertoeft graag in de huishoek en ze komt graag mee knippen en parels rijgen.

We krijgen de kans om enkele keren met de ouders samen te zitten en vragen te stellen. De communicatie met de ouders is moeizaam en gebeurt vooral met picto’s, gebaren en enkele woorden Engels. De ouders zijn vooral ontzettend dankbaar, maar uit de weinige dingen die ze over hun huidige leven vertellen blijkt hoe moeizaam hun leven als gezin op dit moment is. Buiten een afgemaakt hoekje met doeken in één grote ruimte hebben ze geen privacy. Ze krijgen eten van een grootkeuken… En ik die dacht dat de moeders tenminste nog zouden mogen koken voor hun gezin. Mij bekruipt vooral het gevoel: is Vlaanderen wel klaar om mensen in deze situatie op te vangen? Er bestaan ganse draaiboeken voor allerlei zaken, maar hiervoor? Alles wordt met veel goede wil gedaan, maar het gaat hier wel over mensen.

Opnieuw op weg

En dan gebeurt het. Ik krijg ’s avonds te horen dat het de laatste dag van Zarmina en haar familie zal zijn: ze verhuizen naar een ander centrum. Ze vertelt het zelf de volgende morgen in de kring. We maken een boekje met tekeningen en foto’s voor haar, we geven haar een knuffel en wat puzzels mee. Ze knuffelt iedereen. Maar als ik haar vraag om flink te zijn bij de nieuwe juf, zegt ze: ‘Neen, ik bij juf Annick!’. En dan is ze weg, vrolijk wuivend en blij met haar cadeautjes. Heeft ze het begrepen? Ik weet het niet. De mama komt ons bedanken. Wat heb ik met haar te doen, deze mama die niet anders kan dan gelaten aan te nemen wat op haar weg komt. Mijn hart breekt als ik ze zie wegstappen. Ik hoop dat ik contact kan blijven houden met deze mensen.

Een paar dagen later vertrekt ook het jongetje uit onze klas. Daar zijn de vooruitzichten beter: ze verhuizen een heel eind weg, maar wel naar een eigen huis waar ze erg naar uitkijken. Via het mailadres van de grote broers krijgen we af en toe nieuws.

December is voor onze klas dit jaar anders. Met de komst van de Sint waren de kleuters vooral bezig met de vraag of hij onze twee vrienden niet vergeten was? ‘Neen hoor’, bevestigde de Sint gelukkig, ‘alle kinderen staan toch in mijn boek!’

Wie achterblijft

Er wordt vaak aan hun gedacht. We houden hele gesprekken over waarom het zo is dat kinderen geen huis hebben, of in een land verblijven waar oorlog is, of over kinderen die arm zijn… Wat is dat arm zijn? ‘Dat is toch niet eerlijk!’ roept een van de kleuters. Neen, het is niet eerlijk. De kleuters tekenen een droomhuis voor hun vrienden: een stevig huis van baksteen moet het worden. Het moet mooie kleuren hebben, want daar worden we vrolijk van. Een tuin met bloemen en een verdieping met een badkamer en ook nog een trampoline in de tuin. Ze zijn misschien nog maar vijf jaar, maar deze kleuters voelen haarfijn aan dat voor een heel aantal mensen en kinderen op deze aardbol het leven niet altijd goed is.

We versieren onze klas voor Kerstmis, er wordt geknutseld en gespeeld met de nieuwe blokken die de Sint bracht. We vertellen het kerstverhaal en steken de kaarsen van de adventskrans aan. We genieten ervan, tegelijk denken we vaak: hoe zou het nu zijn met…? Onze kerstwens is dan ook uit de grond van ons hart: een warm en fijn huis voor iedereen!

 

 

Persoonlijke reflectie geschreven door gastblogger Annick Kempeneers; kleuterjuf in de 3de kleuterklas, en praktijklector In de opleiding Bachelor in het Kleuteronderwijs (UCLL).

 

 

2 gedachtes over “Ze kwamen van ver.

  1. Dit is op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs herblogden reageerde:
    Dit ontroerende verhaal van juf Annick op Kleutergewijs, de groepsblog van onze Belgische vrienden, wil ik de lezers van dit Blogcollectief niet onthouden. Ook in Nederland moeten dagelijks kleuters afscheid nemen van nieuwe vriendjes en vriendinnetjes die hier onder moeilijke omstandigheden een nieuw leven opbouwen. Ook hier vragen leerkrachten zich af hoe ze deze kinderen het beste kunnen helpen. Intussen voert de overheid een beleid uit dat het voor vluchtelingenkinderen moeilijk maakt een veilige plek te vinden. Lees het boek ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan Al Galidi en zie de film ‘De kinderen van juf Kiet’ van Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s