Hoe zorg je ervoor dat elke kleuter in elke hoek speelt?

In vergelijking met de jaren ’60 van vorige eeuw heeft onze samenleving een grote evolutie doorgemaakt. Ook in het onderwijs is er heel wat veranderd. Behalve dan wat betreft de klasinrichting van vele kleuterklassen.

De jaren ’60 willen hun hoeken terug

Aan de ene kant van de klas is er de poppenhoek. Daar combineren we spelmogelijkheden rond ‘zorgen’: keuken, wasmachine, poppen en bijhorend verzorgingsmateriaal en verkleedkleren (om écht mama te kunnen spelen – mannelijke verkleedkleren ontbreken vaak). De roze haardroger en het wiegje met bloemen en hartjes benadrukken dat dit de meisjeskant van de klas is. De andere kant van de klas is het jonge mannenbastion: de bouwhoek en de timmerhoek, met daarnaast de automat.

Deze indeling stamt uit een tijd waarin deze opdeling heel logisch was: moeder de vrouw ging werken en vader zorgde voor het inkomen. (Nieuw samengestelde gezinnen, holebigezinnen en consoorten bestonden toen nog niet, herinnert Esmeralda (89) zich nog.) Tegenwoordig streven we naar een samenleving waarin iedereen haar/zijn/hun rol in het leven wat losser mag invullen. Daarom is het belangrijk dat we onze kleuters zoveel mogelijk gelijke ontwikkelingskansen geven, dat ze zo vrij mogelijk kunnen ontdekken wat ze graag doen en waar ze goed in zijn, en dat alles ongeacht hun geslacht. En dat kan beter dan met een ‘klassieke’ klasindeling.

Probleem?

“Ho maar,” hoor ik u denken, “in mijn onthaalklas is er geen probleem, hoor! Mijn kleuters vlinderen vrolijk rond. Jongen, meisje: maakt niet uit.” Inderdaad: de meesten van onze peuters trekken zich nog niet al te veel aan van welk geslachtsorgaan er tussen hun benen zit. Maar intussen leren ze wel hoe een klas vaak is ingedeeld. Intussen leren ze uit allerlei signalen en van elkaar wat hoort voor jongens en wat voor meisjes. Het effect daarvan krijgen je collega’s bij de oudere kleuters wél te zien: jongens en meisjes spelen minder en minder samen en steeds meer in hoeken die we stereotiep aan hun geslacht linken.

“Die kinderen kiezen toch zelf hun hoek!” hoor ik iemand anders inbrengen. Stel je even voor: Cécile speelde laatst in de bouwhoek, toen Bruno weer eens zei: “Bouwen is eigenlijk wel voor jongens, he! Meisjes kunnen niet goed bouwen.” Dat kwam aan. Jef was wel welkom in de poppenhoek die dag. Althans bij de kinderen die daar speelden. Enkele anderen merkten fijntjes op dat Jef “precies een meisje is.” Jef voelde zich razend worden toen hij dat hoorde. De kans dat de technische vaardigheden van Cécile en het zorgtalent van Jef tot volle ontplooiing komen, is die dag weer een stukje kleiner geworden. Andere kinderen leerden er ook uit: als jongen blijf je maar beter weg bij die poppen, als meisje is de bouwhoek potentieel gevaarlijk terrein.

Hoe belangrijk het wel is dat we jongens en meisjes de kans geven om veel samen te spelen, blijkt onder andere uit onderzoek van de Arizona State University. Kinderen scheiden op basis van geslacht versterkt de genderkloof en heeft een pak negatieve effecten op latere sociale omgang tussen de geslachten. Met een ‘klassieke’ klasindeling dragen we, vaak onbewust, een stukje bij aan die scheiding.

Andere klasindeling, meer kansen

Bekijk je klas eens anders. Zie het materiaal, niet de hoeken. Kinderen maximale ontdekkings- en ontwikkelingskansen bieden betekent dat je wil dat alle kinderen met een zo groot mogelijk deel van het materiaal aan het werk gaan in de loop van het schooljaar. De kunst bestaat erin om dat materiaal zo samen te zetten dat in elke hoek een aanbod voor elk kind is. Dat betekent dat je in elke hoek materiaal zet dat constructie-, sociaal, fantasie- of ander spel uitlokt. Op die manier heb je geen meisjes- en jongenshoeken meer: in elke hoek is er voor elk wat wils. Af en toe materiaal van de ene naar de andere hoek verplaatsen, zorgt steeds weer voor nieuwe, prikkelende combinaties.

Zet je die stap, kom dan ook meteen los van de klassieke hoekennamen. Dat poppen eerder een meisjeszaak en auto’s een jongensding zijn, leert een kleuter ook buiten de school. Als je een kind laat kiezen tussen de auto- en de poppenhoek, dan is dat niet helemaal een vrijblijvende keuze. Alleen al de namen hebben een jongens- of meisjeslading. Benoem daarom je hoeken met iets neutraals, bv. kleuren. Benamingen als de rode en de gele hoek zorgen niet voor een beperkende sociale druk. En er mag gerust een roze en blauwe hoek bij, zolang die maar een aanbod hebben voor iedereen.

Zoetjesaan proberen

De hier beschreven klasindeling betekent voor sommige leerkrachten wel wat verhuiswerk én brengt een nieuwe structuur mee voor je kinderen. Dat is dus eerder iets voor in een vakantie. Misschien vind je het ook allemaal wat drastisch en ben je (nog) niet overtuigd van het nut. Wist je al dat uit onderzoek blijkt dat klasinrichting een grote impact heeft op het leren van je kinderen?

Begin alvast met één of enkele kleine ingrepen en observeer hoe het spelgedrag van een deel van je kinderen verandert. Of speel zelf mee, nog beter en leuker. De basisregel voor die kleine ingrepen blijft dezelfde: combineer “typisch” jongens- en meisjesspeelgoed met elkaar binnen een zelfde hoek.

Even wat inspiratie, om de start wat makkelijker te maken. De wasmachine en het fornuis passen bijvoorbeeld prima samen met een bakje met loodgietersmateriaal: allerlei buizen, tangen, een hamer, … Bouwmateriaal kan prima gecombineerd worden met een gestript poppenhuis: binnen de kortste keren bouwen de kinderen zelf kasten of een veranda, ook diegenen die eigenlijk niet zo van bouwen houden. Ook dinosaurussen kunnen erg ziek worden en passen daarom best in de buurt van een ziekenhuis, doktersmateriaal en/of wat lapjes stof (om bedjes, verbanden, sjaals, … van te maken). Een centraal kastje met een vijftal materialen (buisjes, touwtjes, potjes, …) die in elke hoek gebruikt mogen worden, verrijkt de spelkansen in alle hoeken.

Zijn enkele van jouw hoeken of je hele klas al ingedeeld op deze manier? Inspireer dan collega’s door jouw ideeën en bevindingen als reactie op dit artikel te delen!

Steven De Baerdemaeker
onderwijsmedewerker çavaria

 

Referenties:

Laura D. Hanish, PhD, Richard A. Fabes, PhD ; Peer socialization of gender in young boys and girls ; T. Denny Sanford School of Social and Family Dynamics, Arizona State University, USA, August 2014

Professor Peter Barrett, Dr Yufan Zhang, Dr Fay Davies, Dr Lucinda Barrett ; Clever Classrooms – Summary report of the HEAD project ; University of Salford – Manchester, 2015

Leestip:

Brochure Genderklik in de Kleuterklas, vzw Genderatwork, 2011

3 gedachtes over “Hoe zorg je ervoor dat elke kleuter in elke hoek speelt?

  1. Dit is op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs herblogden reageerde:

    Gender is en blijft hot op Kleutergewijs. Als ervaren leerkracht en veel gevraagd spreker in onderwijsmiddens kent Steven De Baerdemaeker de praktijk door en door. Voeg daar aan toe dat hij de theorievorming rond gender op de voet volgt en u begrijpt waarom ik heel blij ben dat hij het debat komt verrijken.

    Like

  2. Hallo,

    Ik ben een kleuterjuf in opleiding (2e opleidingsjaar) en vind dit een erg interessant artikel. Ik vind het een goed idee om het stereotiepe gedrag proberen te doorbreken. Het enige dat ik mij afvraag is of het niet verwarrend zou worden voor de kleuters wanneer je in de klas met kleurenhoeken zou werken i.p.v. bijvoorbeeld de bouwhoek. Iemand ervaringen hiermee? Ik ben erg benieuwd.

    Groetjes,
    Lizie

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s