Vragen als drijfveer

If we know how to listen to children, children can give back to us the pleasure of amazement, of marvel, of doubt … the pleasure of the ‘why’’

Carlina Rinaldi (2003)

Wanneer je nieuwsgierigheid als een uitgangspunt neemt om je onderwijs vorm te geven, dan vraagt dit ook een openheid voor gedachten en ideeën van kinderen en dit op gelijk welk moment. Want er staat geen rem en tijdsblok op het delen van hun vragen, theorieën of uitspraken. Dit neemt uiteraard niet weg dat er activiteiten zijn die dit kunnen uitlokken, als we bijvoorbeeld denken aan verhalen, waarnemingen, ateliers, ontdekhoeken,…

Bovendien kent iedereen ongetwijfeld ook de goedbedoelde reflex om antwoorden te geven op vragen, verklaringen te bieden of het ombuigen van een antwoord om terug te kunnen keren naar wat er in je eigen gedachten speelt. De uitdaging bij het luisteren naar kinderen ligt er dus vooral ook in om te proberen nieuwsgierig te zijn naar wat er zich in de hoofden van de kinderen afspeelt, en dus niet meteen je eigen theorie of verklaring te geven of af te wachten tot ze het antwoord geven dat jij in gedachten had.om te proberen (Van Houte, Devlieger, Schaffler, 2012). De ‘Guess-what-I-am-thinking-of’-dialogen, waarbij we vragen stellen om de kinderen te leiden naar een antwoord die je als leraar zelf in het hoofd hebt, zijn hier een mooi voorbeeld van. (Dahlber, Moss, Pence, 1999). Hierbij gaan kinderen eigenlijk raden naar het antwoord dat de leraar in zijn hoofd heeft.

037boek

Welke vragen zou deze situatie allemaal kunnen oproepen?

Enkele tips om vragen een plaats te geven in het klasgebeuren.

  1. Een onderzoeks- of ontdekkingstas meenemen als je op stap gaat, kan helpen om te kunnen inspelen op vragen die kleuters zich stellen. Spullen zoals potjes (materiaal verzamelen), pincetjes, plastic zakjes, loupepotjes, vergrootglazen, enkele spiegeltjes, een zoekkaartenboek, een boek over veel voorkomende planten en dieren, een fototoestel,… kunnen kinderen stimuleren om informatie op te zoeken of zaken te verzamelen die later in de klas verder kunnen onderzocht worden.
  2. Een uitsprakenboekje waarin je opmerkelijke theorieën, vragen en uitspraken van kinderen noteert, kan heel handig zijn. Je kunt het boekje ook gebruiken om handelingen/ontdekkingen van kinderen kort te beschrijven of om er een foto van een dergelijk moment in te kleven.
  3. Sommige kinderen zijn beeldend ingesteld en zullen misschien geen uitspraken of vragen stellen maar zullen het beeldend willen weergeven. Tekeningen of krabbels van kinderen kun je er dus eveneens in een boekje kleven en onderaan of achteraan de uitleg van het kind noteren.
  4. Je kunt ook gebruik maken van post-its waarop je kort neerschrijft wat een kind vertelde (in staakwoorden).
  5. Het concrete materiaal dat je vond tijdens een leeruitstap, als dit verantwoord is, meenemen. Zo kan bijvoorbeeld een afgebroken tak die op het voetpad ligt meenemen en kinderen uitdagen om te onderzoeken wat er in de tak zit, kan een aanzet zijn voor een thema rond vruchten, zaden en ontluikende lente.
  6. Je vraagt aan de kinderen hun vraag of uitspraak te onthouden. Wedden dat ze dit heel goed kunnen? Vooral als ze weten dat er nadien op verder gewerkt wordt.
  7. Je maakt een denkwolk in de klas over één vraag, waarbij de kinderen doorheen de week tijd krijgen om na te denken hoe ze verder aan de slag willen gaan met deze vraag. Hierdoor krijg je zelf ook tijd om na te denken en weten de kinderen dat de vraag nog aan bod zal komen.
  8. Je maakt een vragenwand in de klas, waar vragen in allerlei vormen door jezelf of de kinderen kunnen bijgehouden worden.
  9. Je vraagt aan ouders om even te noteren wat hun kinderen vertellen over een bepaalde activiteit in de klas, op die manier kan je misschien van alle kinderen horen waar ze nog bijkomende vragen over hebben.
191boek

Op stap met de onderzoekstas

Waarom?

  1. Hoe meer vragen en theorieën van kinderen je toelaat of hoe meer je kinderen stimuleert om tijdens activiteiten zaken in vraag te stellen, hoe meer vragen en theorieën je zult horen.

Geregeld inspelen op vragen, uitspraken, theorieën of bedenkingen van kleuters, of inspelen op onverwachte situaties die zich voordoen, stimuleert de kleuters om op een nieuwsgierige en onderzoekende manier te kijken. Als hier in de klas (mentale, pedagogisch, psychische) ruimte voor is, zullen de kinderen zich al snel meer vragen gaan stellen, en worden ze al gauw nieuwsgieriger en benieuwder om allerlei zaken uit te proberen en te testen.

  1. Vertrekken van vragen en interesses van kleuters zorgt er ook voor dat ze onderzoeksgericht ingesteld zijn wat dit onderwerp betreft. Ze willen namelijk op zoek naar antwoorden op hun vragen en zijn dus nieuwsgierig, wat meteen ook resulteert in een hoge betrokkenheid. Dit kun je doen door het thema samen met de kinderen te bepalen, of bij de start van een thema met de kinderen te overlopen wat ze hierover willen weten en hoe zij het thema graag willen aanpakken.
  2. Vragen of theorieën van kinderen zijn ideaal als aanzet voor activiteiten, voor thema’s, zelfs voor volledige jaarprojecten. Een mooi voorbeeld vind je in het artikel ‘Krabben en skeletten- een empirisch voorbeeld over leven, dood en wedergeboorte’ van Ingela Elfström en Bodill Halvars-Franzén (2009) waarin de dood van een hert de aanzet was tot een jaarthema over leven, dood en wedergeboorte. In het project ‘Schijnt de maan door de bomen?’ komt het lerarenteam van de basisschool De Tichelaar (Janssen,2010) zelf tot te conclusie dat het heel belangrijk is om oog en oor te hebben voor wat kinderen denken en zeggen en dit niet onmiddellijk te beoordelen met waar of onwaar. Voor hen is dit een belangrijk aandachtspunt, zo kunnen ze in de toekomst verhinderen dat gouden gedachten van kinderen, zoals ‘Sterren zijn vonkjes van de planeten’, verloren gaan.
  3. Wanneer je kan vertrekken vanuit het idee dat wat de kinderen aanbrengen niet juist of fout is, maar interessante zaken zijn om te gaan uitdiepen, dan openen zich nieuwe kansen. Door als volwassene in te gaan op wat kinderen vertellen, aanbrengen of vragen, voelen kinderen zich meer gemotiveerd en betrokken. Vanuit deze betrokkenheid willen ze op zoek gaan naar bijkomende informatie en antwoorden, willen ze het onderwerp (thema) ruim verkennen, zelfs al stuurt de leraar het onderwerp enigszins door het stellen van gerichte open vragen of door het inbrengen van materialen.
  4. Ingaan op de vraag van één kind kan ook enthousiasme bij andere kinderen opwekken. De onderzoeksvraag kan spontaan overgenomen worden door de andere kinderen en daardoor kan er ook gewerkt worden aan het sociale aspect van leren. Indien een individueel kind meer wil weten en andere kinderen minder interesse hebben, kan deze activiteit ook uitgevoerd worden tijdens hoekenwerk.

 

Kirsten Devlieger en Jozefien Schaffler

Docenten Arteveldehogeschool bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs

Bronnen

Dahlberg, G. , Moss, P. & Pence, A. (1999) Contesting Early Childhood And Opening For Change. Falmer Press: Londen.

Elfström, I. en Halvars-Franzén, B. (2009) Krabben en skeletten- een empirisch voorbeeld over leven, dood en wedergeboorte. Kinderen in Europa, 16, 14 -15.

Janssen, A. (2010) Sterren zijn vonkjes van planeten. De wereld van het jonge kind, 37(8) , 23 – 25.

Rinaldi, C. (2003) The teacher als researcher. Innovations in early education, 10, 1-4

Van Houte, H. , Devlieger, K. & Schaffler, J. (2012). Jonge kinderen, grote onderzoekers… en de leraar? Onderzoekende houding stimuleren en ontwikkelen bij jonge kinderen. Uitgeverij Abimo: Sint-Niklaas.

2 gedachtes over “Vragen als drijfveer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s