’t Zijn de kleine zinnen die het doen

De laatste maanden sta ik regelmatig even stil bij kleine, vaak niet doordachte boodschappen die we als volwassenen communiceren in onze begeleiding van kinderen (ook tussen de bedrijven door). Ze zijn een bepalende factor voor hoe kinderen leren kijken naar de uitdagingen die de wereld biedt. Welke bril leggen we voor hen klaar in onze alledaagse uitspraken? Een aantal recent gelezen teksten helpen me om voor mezelf op dit vlak meer gerichte keuzes te maken.

Ik geloof in je, ik hoop met je mee, ik zie je graag

Vorig jaar publiceerde de Atlanta Speech School een korte video die prachtig illustreert hoe kleine veranderingen in het gedrag van volwassenen, binnen en buiten de klas, het enthousiasme en de leerkansen van kinderen beïnvloeden. De video roept bij mij, alsof het gisteren was, het beeld van juf Sigrid aan de klasdeur naar boven. Elke morgen weer, stond ze daar om ieder kind afzonderlijk hartelijk te verwelkomen met een knuffel en warme woorden. Af en toe troonde ze ons mee naar materialen waar onze kinderen de vorige dagen opmerkelijke dingen mee hadden gepresteerd, terwijl onze ukken er trots op stonden te kijken. Voor álle kleuters élke dag een nieuwe start en een kans om met vertrouwen het beste van zichzelf te vragen. Hoe vaak communiceren we met onze volle aandacht aan de kinderen onder onze hoede dat we in hen geloven? Dat we hen onvoorwaardelijk graag zien? Dat ze er mogen zijn?

 Ik wil je helpen het zelf uit te vissen

Een van de moeilijkste, maar meteen ook belangrijkste opdrachten voor begeleiders van kinderen is zichzelf overbodig maken en kinderen op weg zetten om hun eigen weg te banen. Ook hier leiden onze spontane reacties niet altijd naar wat we op lange termijn voor ogen hebben.  Vaak geven we als volwassenen zelf te snel het antwoord op vragen van kinderen en laten we hen te weinig zoeken en doorvragen. Het eerste gaat immers sneller en vraagt minder van onze energie. Voor de ontwikkeling van een onderzoekende houding, werkt het echter niet optimaal. Sternberg onderscheidt in dat opzicht 7 niveaus van antwoorden op vragen van kinderen. Terwijl de eerste 3 niveaus kinderen eerder afhankelijk maken van de leerkracht, nodigen de volgende 4 hen expliciet uit tot verder denken en onderzoeken, en dat zijn competenties die ze in de 21ste eeuw regelmatig nodig zullen hebben.

Niveau Herken je aan Kan klinken als
1 het terzijde leggen of verwerpen van de vraag Stel je me die vraag straks nog een keer, als we wat meer tijd hebben?

Omdat ik het zeg.

Daar zijn we nu niet mee bezig.

Het is nu niet het moment om vragen te stellen.

2 het herformuleren van de vraag als antwoord Kleuter: Waarom graven muizen holletjes?

Leerkracht: Omdat ze in de grond graven.

3 informatie geven of toegeven van gebrek aan kennis Dat is een muizenhol.

Ik weet niet welk diertje daar zou kunnen zitten.

4 de aanmoediging om het bij een ‘autoriteit’ te gaan opzoeken Zullen we het eens vragen aan de mama van Merijn? Die is boswachter en zal het zeker weten als we een foto maken en die tonen.

Laat ons eens kijken of we het op de computer vinden.

We plakken de foto op de deur of zetten hem op Twitter en kijken of iemand ons wat meer kan vertellen.

5 het laten zoeken of ter overweging aanbieden van verschillende mogelijkheden Welke dieren zouden klein genoeg zijn om in dit holletje te kruipen? Wie heeft nog een idee?

Misschien zijn het muizen, of een mol, of een grote kever, of …

6 en dan verder bouwend op de vragen in niveau 5 het overwegen van verschillende mogelijkheden en methoden om deze te evalueren Hoe zouden we helemaal zeker kunnen zijn over wie in het holletje woont?
7 en een of meer van die methoden om te evalueren ook uitproberen Laat ons eens kijken naar welke ideeën jullie hadden. Kunnen we het holletje uitgraven? Wat zou er dan gebeuren? We kunnen het holletje niet uitgraven, want dan maken we het huis van een diertje stuk. Kunnen we een nachtcamera aan de boom hangen en dan kijken of die een diertje in of uit het holletje ziet komen? Merijn, kan jij aan mama vragen of we zo een nachtcamera mogen lenen?

Ik geloof dat ook jij kan groeien en leren

In Mathematical Mindsets beschrijft Jo Boaler ‘adult enablers’. Dat zijn volwassenen die aan kinderen communiceren dat ze niet in alles goed kunnen zijn; en aan die gedachte wordt dan al te vaak meteen de bijkomende boodschap vastgehaakt dat kinderen dat ook niet hoeven te proberen. “We kunnen niet in alles goed zijn, en jij bent wel goed in zingen, maar niet zo goed in wiskunde. Ik was nooit goed in wiskunde.” ‘Enablers’ maken het voor kinderen mogelijk om de uitdaging niet aan te gaan. Boaler wijst op het gevaar van spontane uitlatingen die de overtuiging weergeven dat mensen goed zijn in wiskunde of niet, dat wiskunde saai is, niet spannend, niet voor meisjes, alleen voor de slimsten en de nerds. Als we die onbedoelde fixed mindset uitingen bewust en regelmatig omzetten naar growth mindset boodschappen, communiceren naar onze kinderen hoge verwachtingen en een geloof in hun groeimogelijkheden.

Fixed mindset boodschappen

 

Growth mindset boodschappen
Jij bent wel rekenslim, zeg! Dat heb je al goed begrepen.

Dat heb je al goed geoefend.

Daar ben je al goed mee weg.

Niet iedereen kan sterk zijn in tellen. Daar gaan we nog wat verder op oefenen.
Ik kon zelf ook nooit goed tellen. Dat is niet erg. Deze is wel moeilijk. Hebben we nog een andere manier waarop we zoveel boontjes kunnen tellen?
Dat is te moeilijk voor jou. Wat lukt er al wel? Hoe heb je die gedaan? Wat is nog moeilijk? Hoe kan je dat aanpakken? Wie kan je daar bij helpen?

Dat gaat wat tijd en moeite vragen.

Kan je het niet? Kijk eens hoe … het doet. Probeer het eens op deze manier.

Kleuters die van de volwassenen in hun omgeving vaak growth mindset feedback en aanmoediging krijgen, gaan ook makkelijker zelf die op groei gerichte mindset tonen en dan zie je mooie dingen gebeuren.

Trijn en Batuhan werken samen om grote vliegers te vouwen met kartonnen vierkanten. Dat is een pak moeilijker dan met de origamiblaadjes die ze eerder deze week gebruikten. Het eerste resultaat was een jammerlijke mislukking en het tweede kwam al niet beter uit de strijd. Batuhan tuurt op het vouwplan om uit te vissen waar het misliep. “Dat gaat hier tijd en moeite kosten! We gaan het anders moeten aanpakken,” zegt Trijn met een vastberaden mama-stem; en ze neemt een derde karton ter hand. Als hier binnenkort geen vlieger hangt, ligt het zeker niet aan hen. Gelukkig ligt er nog een hele stapel kartonnen.

 

 

Bronnen

Boaler, J., & Dweck, C. (2016). Mathematical Mindsets: Unleashing Students Potential through Creative Math. San Francisco, Jossey-Bass.

Dweck, C.S. (2011) Mindset. De weg naar een succesvol leven: Ouderschap, bedrijfsleven, sport, school, relaties. Amsterdam, SWP.

Gunderson, E.A., Gripshover S.J., Romero, C., Dweck, C.S., Goldin-Meadow, S. & Levine, S.C. (2013) Parent Praise to 1- to 3-Year-Olds predicts children’s Motivational Frameworks 5 Years Later. In Child Development, September/October 2013, Vol. 84, Nr. 5, pp. 1526-1541.

Thomas, A. & Thorne, G. (2009) “Higher-order thinking” http://www.cdl.org/resource-library/articles/highorderthinking.php geraadpleegd op 20 mei 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s